Platform over beton en staal in de bouw
Waarom prefab, standaardisatie en ketensamenwerking doorslaggevend zijn

Waarom prefab, standaardisatie en ketensamenwerking doorslaggevend zijn

Verduurzaming van beton vraagt meer dan betere mengsels

De verduurzaming van de bouw wordt steeds vaker bepaald door materiaalkeuzes. Juist bij beton en prefab wordt zichtbaar wat in projecten mogelijk is en wat nodig is om die oplossingen op schaal blijvend toe te passen.

De verduurzaming van de bouwsector verplaatst zich steeds nadrukkelijker naar materialen en grondstoffen. Beton, staal, zand en grind bepalen een groot deel van de milieu-impact van gebouwen. Daarmee komt de vraag centraal te staan hoe we bouwen, met welke materialen en vooral hoe keuzes op projectniveau kunnen bijdragen aan structurele verandering in de sector.

Waarom prefab, standaardisatie en ketensamenwerking doorslaggevend zijn 1
Voor Van der Wal is circulariteit vooral een grondstoffenstrategie. “Als je circulariteit alleen inzet om CO2 te reduceren, loop je het risico pleisters te plakken.”

Sturen vanuit projecten

Bij Heijmans wordt die vraag dagelijks gevoeld in de praktijk. Thijs Huijsmans, programmamanager duurzaamheid bij Heijmans Utiliteit, ziet materiaalgebruik als de belangrijkste hefboom. “Ongeveer zestig procent van onze CO2-impact komt uit materialen”, zegt hij. “Dan kun je niet blijven optimaliseren aan de randen.”

Heijmans werkt richting 2030 met doelen op CO2, water en biodiversiteit. Voor Huijsmans betekent dat vooral: verandering organiseren. Niet alleen beleid maken, maar zorgen dat ontwerpers, inkopers en projectteams daadwerkelijk andere keuzes gaan maken. Er wordt steeds nadrukkelijker gestuurd op materiaalkeuzes. Bijvoorbeeld door bij beton CO2-plafondwaarden in te voeren. De intentie is dat betonmengsels die daarboven zitten niet meer worden toegepast.

Focus per project

Die sturing vraagt focus. Huijsmans benadrukt dat verduurzaming niet overal tegelijk kan. “Elk project is anders. Soms zit de grootste winst in beton, soms in hergebruik, soms in het verlengen van de levensduur van wat er al staat. Als je alles tegelijk wilt doen, gebeurt er vaak niets echt goed.” Die projectgerichte aanpak is volgens hem realistisch, want de aannemer heeft niet altijd volledige ontwerpvrijheid. “Soms stappen we in als het ontwerp al grotendeels vastligt. Dan kun je nog bijsturen, maar niet alles meer veranderen. Juist daarom is het belangrijk om scherp te sturen op materialen en uitvoering.”

Vraag creëren naar secundaire grondstoffen

Een volgende stap is het creëren van vraag naar secundaire grondstoffen. Circulariteit ontstaat niet vanzelf, merkt Huijsmans. “Je kunt pas circulair bouwen als er ook echt vraag is naar circulaire materialen.” In projecten van Heijmans wordt daarom steeds vaker expliciet gevraagd om circulair beton of hergebruikte elementen. Dat spanningsveld herkent ook Thies van der Wal, verbonden aan Consolis-VBI. Vanuit de productiekant ziet hij hoe bepalend de vraagzijde is. “Zonder structurele vraag blijft circulariteit hangen in pilots”, zegt hij. “Dan is het wel interessant, maar niet schaalbaar.” ‎‎

Bij Heijmans heeft die vraag inmiddels concrete gevolgen. “We slopen anders”, legt Huijsmans uit. “Beton wordt niet meer automatisch laagwaardig afgevoerd, maar zorgvuldig vrijgemaakt zodat het weer als grondstof kan dienen.” Dat vraagt extra inspanning, maar maakt hergebruik mogelijk. “Zonder die vraag vanuit projecten werkt het simpelweg niet.”

Projectdenken versus systeemdenken

Binnen Heijmans wordt ook gewerkt aan modulaire woonproducten en bouwconcepten die projectoverstijgend inzetbaar zijn. Waar Huijsmans vertrekt vanuit projecten én conceptontwikkeling, kijkt Van der Wal nadrukkelijk vanuit systemen. Hij is kritisch op verduurzaming die per project opnieuw wordt uitgevonden. “Projectniveau is nodig om te leren”, zegt hij, “maar als het daarbij blijft, verandert er niets structureels.”

Van der Wal gebruikt daarvoor graag het beeld van legoblokjes. “Een legoblokje is industrieel én flexibel. Het is altijd hetzelfde, maar je kunt er eindeloos mee variëren. In de bouw doen we vaak het tegenovergestelde: we maken elk blokje opnieuw.” Volgens hem zit daar een fundamenteel probleem. “Zolang verduurzaming per project wordt opgelost, blijft het maatwerk. En maatwerk schaalt niet.” Voor Van der Wal zit daar precies de kern van het vraagstuk. Zolang verduurzaming per project wordt opgelost, blijft het volgens hem maatwerk. Pas wanneer oplossingen herhaalbaar worden over meerdere projecten, ontstaat ruimte om ze echt op te schalen.

Prefab en voorspelbaarheid

Die herhaalbaarheid ziet Van der Wal vooral in prefab en industrialisatie. Prefab draait voor hem niet alleen om snelheid, maar om voorspelbaarheid. In een fabriek kun je kwaliteit beheersen. Je verkleint de kans op fouten, en daarmee ook verspilling en faalkosten. Hij ziet nog te vaak dat gebouwen op de bouwplaats letterlijk aan elkaar worden ‘geplakt’. “Dan ontwerp je iets dat nooit bedoeld was om los te maken, terwijl een systeem dat is opgebouwd uit gestandaardiseerde elementen juist aanpasbaar is.” Huijsmans herkent dat voordeel. “Voorspelbaarheid helpt enorm in projecten”, zegt hij. “Als processen beheersbaar zijn, ontstaat ruimte om duurzamere keuzes te maken zonder dat het project ontspoort.”

Waarom prefab, standaardisatie en ketensamenwerking doorslaggevend zijn 2
Zonder structurele vraag blijft circulariteit hangen in pilots, meent Thies van der Wal, verbonden aan Consolis-VBI.

Circulariteit: middel en systeem

Bij circulariteit leggen Huijsmans en Van der Wal andere accenten. Voor Heijmans is circulariteit een belangrijk onderdeel van de grondstoffentransitie die nodig is om CO2-impact te verminderen. “We moeten materialen langer gebruiken en slimmer inzetten om onze klimaatdoelen te halen.” Voor Van der Wal is circulariteit vooral een grondstoffenstrategie. “Als je circulariteit alleen inzet om CO2 te reduceren, loop je het risico pleisters te plakken. De echte vraag is hoe we grondstoffen organiseren zodat ze meermalig inzetbaar blijven.” Hij waarschuwt voor geromantiseerd hergebruik. “Hergebruik zonder organisatie wordt duurder dan nieuw. Dan werkt het niet.” Circulariteit vraagt volgens hem dezelfde discipline als lineaire productie: planning, standaardisatie en schaal.

(De)remontabel bouwen

Ook bij losmaakbaarheid verschillen de invalshoeken enigszins. Huijsmans ziet (de)remontabel bouwen als een middel, geen doel op zich. “Niet elk gebouw hoeft volledig losmaakbaar te zijn. Sommige gebouwen staan honderd jaar. Dan moet je je afvragen wat zinvol is.” Van der Wal kijkt opnieuw vanuit het systeem. Adaptief bouwen is volgens hem belangrijker dan volledig demontabel bouwen. Gebouwen moeten kunnen veranderen zonder grootschalige sloop. Daarbij helpt het legoblokjes-principe opnieuw: systemen die klikbaar zijn, maar niet per se bedoeld om steeds uit elkaar gehaald te worden.

Waarom prefab, standaardisatie en ketensamenwerking doorslaggevend zijn 3
Station Dordrecht heeft de primeur met een remontabele fietsenstalling.

Verandering vasthouden en opschalen

Van der Wal legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk ook bij producenten. “Als marktleider moet je laten zien wat mogelijk is en daar consequent in zijn. Niet als gimmick, maar als vast onderdeel van wat je levert.” Wat werkt, moet niet telkens opnieuw worden uitgevonden, maar herhaald en opgeschaald worden. Projecten spelen daarin een cruciale rol: ze laten zien wat kan en creëren vraag naar duurzamere bouwproducten en materialen. Tegelijkertijd is standaardisatie nodig om die oplossingen herhaalbaar en betaalbaar te maken. In die wisselwerking tussen projectpraktijk en industriële schaal ontstaat ruimte om verduurzaming structureel te verankeren. Daarmee wordt verduurzaming een vast onderdeel van ontwerpen, produceren en bouwen.

Waarom prefab, standaardisatie en ketensamenwerking doorslaggevend zijn 4
Adaptief bouwen is belangrijker dan volledig demontabel bouwen.

Maak succes zichtbaar

Zowel Huijsmans als Van der Wal zijn het erover eens dat techniek daarbij niet de beperkende factor is. De oplossingen voor duurzamer bouwen bestaan al, of het nu gaat om CO2-armere materialen, hergebruik of prefabsystemen. De uitdaging zit in organisatie, gedrag en het vermogen om keuzes vast te houden. Huijsmans ziet bij Heijmans dat die beweging steeds vaker van binnenuit komt. “Waar duurzaamheid vroeger vooral iets was van een kleine groep, zien we nu dat projectteams en ervaren professionals hier actief om vragen.” Succes zichtbaar maken helpt daarbij. “Begin klein, laat zien dat het werkt en bouw daarop voort.”

Heeft u vragen over dit artikel, project of product?

Neem dan rechtstreeks contact op met Ecocem.

Ecocem 5 Contact opnemen

Stel je vraag over dit artikel, project of product?

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten