In deze zesde aflevering van onze serie over de renovatie van het Binnenhof gaan we dieper in op een rode draad in het bouwproces: monitoring. Door de grote complexiteit van dit enorme renovatieproject, de monumentale status en leeftijd van de gebouwen en de samenhang tussen alle bouwactiviteiten is monitoring in al zijn vormen geen bijzaak, maar een complexoverstijgend onderdeel binnen het grote verhaal.
Het Binnenhof is een verzameling van historische gebouwen, elk met een eigen projectorganisatie en hoofdaannemer. Bianca Derkzen, complexoverstijgend projectmanager voor de renovatie bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), coördineert nu vijf jaar het gezamenlijke proces. “Mijn taak is om te zorgen dat alles goed aansluit, van ontwerp tot uitvoering”, vertelt ze. “Wegens het grote belang van monitoring, valt deze discipline onder mijn verantwoordelijkheid. Samen met de verschillende constructeurs en bouwdirecties en Fides Expertise zorgen we voor het zo soepel mogelijk verlopen van het hele bouwproces.”

Monitoring bij het Binnenhof is breed en diepgaand. Het begon al vroeg. “We zijn al sinds 2017, ver voor de start van de renovatie, bezig met periodieke metingen aan de kapconstructie van de plenaire zaal”, vertelt Fred Pannekoek van Fides Expertise. “In 2019 zijn bouwkundige vooropnames gedaan voor het hele complex. Aanvullend zijn er funderingsinspecties uitgevoerd. Bij deze funderingsinspecties hebben we acht maanden lang gegraven in en rond de gebouwen om de diepte en het type fundering vast te stellen. Dit vooronderzoek is meegenomen in een basismonitoringsplan en in deelmonitoringplannen voor de verschillende onderdelen. Samen met de betreffende constructeurs en directievoerders zijn alle plannen verder uitgewerkt.” De behoefte aan monitoring vloeit meestal voort uit wat er met een gebouw of gebouwdeel gaat gebeuren. “Tegelijk wordt er gekeken naar de samenhang: ga je een onderkeldering maken, dan kan dat invloed hebben op meerdere onderdelen.”

Complexoverstijgend is ook het grondwater. Pannekoek: “Verspreid over het terrein en in de omgeving daarbuiten houden 75 loggers de grondwaterstanden in de gaten. Arcadis, verantwoordelijk voor het overall bemalingsplan, heeft een model ontwikkeld voor grondwaterbeheersing, zodat effecten op de bestaande gebouwen en omgeving inzichtelijk zijn. We meten geen stroomsnelheden direct, maar op basis van verschillen berekent Arcadis de theoretische snelheid.”

Een andere basismonitoring geschiedt met meetbouten. “Elk gebouw is hier om de vijf meter mee voorzien, ook in de kelders”, stelt Pannekoek. “Voordat we begonnen, is met Monumentenzorg afgesproken dat we overal in de voeg meetbouten mogen aanbrengen. Zo voorkomen we dat we bij elk gebouw apart moeten overleggen. Op natuursteen worden plaatjes gelijmd om schade te voorkomen. De meetbouten vormen de ruggengraat van de monitoring. Met een digitaal waterpasinstrument en barcodebaak worden deze bouten periodiek ingemeten. Bij objecten die actievere monitoring nodig hebben of bij verhoogde bouwactiviteit wordt het monitoren geïntensiveerd met volautomatische systemen.”

Het Opperhof, het plein voor de Ridderzaal en de colonnades van de Eerste en Tweede Kamer, is zo’n intensief bemeten plek. “Alleen al rond het Opperhof hangen 360 prisma’s die we vanuit verschillende hoeken aanmeten met zes Total Stations”, aldus Pannekoek. “Deze prisma’s zijn op strategische plekken geplaatst, vaak dubbel op verschillende hoogtes aan de gevels, zodat altijd een zichtlijn mogelijk is. Zelfs bij obstakels zoals steigers of machines. Het hele gebied zelf is een zettingsgebied. Daarom halen we met twee hoog geplaatste stations via control points vaste punten van buiten naar binnen. Zo kunnen we met grote nauwkeurigheid monitoren, tot op de tienden van millimeters. Als een control point tijdelijk niet beschikbaar is door bouwactiviteiten, wordt deze ‘gelocked’ en overgenomen op een nieuw punt zodat de nauwkeurigheid behouden blijft.”


De Ridderzaal zelf, die midden in het gebied staat waar gewerkt wordt, is rondom ook in de meetbouten en prisma gezet en op kwetsbare plekken voorzien van digitale scheurmeters. “In de beuken van de Ridderzaal zijn tiltsensoren met laserafstandmeting geplaatst, waarmee bewegingen tussen de spanten tot op de millimeter gevolgd kunnen worden”, vervolgt Pannekoek. “Het idee is dat als er aan de voorkant verzakking optreedt, dit bovenin tot trekspanningen en mogelijk scheurvorming leidt. Met deze sensoren kunnen we dat direct detecteren. Voor de monitoring van het binnenklimaat zijn in de grafelijke zalen, algemene zaken en Eerste Kamer sensoren geplaatst die temperatuur en luchtvochtigheid meten. Deze zijn gekoppeld aan een automatisch alarmsysteem, zodat bij afwijkingen direct kan worden ingegrepen. Deuren kunnen open staan en het weer heeft direct invloed. Dus wordt er bijvoorbeeld veel regen verwacht, dan kan de aannemer anticiperen op de stijgende luchtvochtigheid met temperatuurregeling of ventilatoren.”
Bouwen veroorzaakt veel trillingen. Pannekoek: “Daarom zijn overal trillingsmeters aanwezig, zeker nu volop vloeren worden gesloopt. Momenteel zijn er zo’n tachtig actief, verdeeld over de gebouwen, het terrein en bijvoorbeeld ook in het Mauritshuis. De SBR-A richtlijn vormt het uitgangspunt, maar omdat veel werk inpandig gebeurt, wordt vooral op contacttrillingen gemeten. Bij overschrijdingen worden werkmethodes aangepast. Een mooi voorbeeld is de betonnen voet van de fontein op het Opperhof. Na vijf minuten is de sloop daarvan met een boorhamer gestaakt omdat de trillingsmeters overschrijdingen aangaven. Vervolgens is men gaan zagen en dat viel wel binnen de trillingsnormen.”

De grote hoeveelheid monitoring in alle soorten levert een constante stroom data op, en daarbij past een kanttekening. Derkzen: “We werken met de meest geavanceerde apparatuur, maar alleen data is niet alles. Je moet weten wat het betekent. Er rijden voortdurend machines rond en er zijn veel andere trillingsbronnen die ruis geven. Of als een constructie vochtig wordt, kan daar een alarm op aanslaan. Een onderaannemer kan met een steiger of machine een meting onderbreken. Als je niet weet wat er aan de hand is, krijg je voortdurend verkeerde signalen en die ruis kan leiden tot verstoringen in het monitoringssysteem en voor vertraging op de bouw. Om dat gedurende het hele bouwproces goed te organiseren, is een van de grootste uitdagingen.”

Waar de monitoring uiteindelijk over gaat, is beheersing van het bouwproces. Pannekoek: “We hebben te maken met een uiterst complex renovatieproject met gebouwen waar we heel zuinig op zijn. Om dat soepel, veilig en zonder schade te laten verlopen, moet gestuurd worden op relevante signalen uit de monitoring. Dat gebeurt door helder, snel en laagdrempelig te communiceren met constructeurs, directievoerders en toezichthouders, onder meer via informele dagelijkse updates in appgroepen. Bij serieuze overschrijdingen nemen we de formele route en volgt direct technisch overleg. Zo houden we het proces beheersbaar en ontstaat er rust, ondanks de complexiteit en het grote aantal betrokken partijen. Een andere prettige bijkomstigheid van monitoring: aan de hand van metingen voor aanvang van het project kunnen we aantonen dat bewegingen van gebouwen of van waterstanden in de omgeving niet door een bouwactiviteit komen.”
“Uiteindelijk is het mensenwerk, veel meer dan bij een gewoon bouwproject”, besluit Derkzen. “Goede communicatie is ook belangrijk voor een complex en omvangrijk project als het Binnenhof. Dat bepaalt ook welke partijen geschikt zijn om mee te doen.”