In deze editie van Beton & Staalbouw dé podcast schuiven drie gasten aan: ‘betonfluencer’ Niki Loonen van TBI en Olivier Suerickx en Bob Lambermont van Penetron Benelux. Onderwerp van discussie: duurzaamheid, levensduurverlenging en CO₂-besparing van beton – thema’s die de bouwsector grondig aan het veranderen zijn.
Samen met de heren aan tafel voeren we een objectieve dialoog over de rol van levensduurverlenging in CO₂-reductie, met aandacht voor innovatieve technologieën zoals zelfhelend beton. Een inhoudelijk en inspirerend gesprek over kennis, bewustwording en samenwerking binnen de bouwsector. Duidelijk is dat duurzaamheid niet alleen over bouwen gaat…
Aflevering 2
Gesprek met Niki Loonen (TBI), Olivier Suerickx (Penetron Benelux) en Bob Lambermont (Penetron Benelux)
Host: Roel van Gils
[00:01] Introductie en voorstelling gasten
Roel van Gils: Welkom bij deze aflevering van Beton en Staalbouw, de podcast. Live vanuit de studio van Louwers Mediagroep in Weert. We praten over duurzaamheid, levensduurverlenging en CO₂-besparing van beton. Thema’s die vandaag grondig aan het veranderen zijn in de bouwsector. Met mij aan tafel, Olivier Suerickx van Penetron Benelux.
Olivier Suerickx: Goedemiddag.
Roel van Gils: Goedemiddag. Bob Lambermont, ook van Penetron. En Niki Loonen van TBI. Heren, welkom allemaal. Dankjewel. Stel jezelf even voor alsjeblieft.
Niki Loonen: Ik ben Niki en ik ben betonverduurzamer bij TBI en ik help de bouwbedrijven om steeds duurzamer beton in hun projecten toe te passen.
Olivier Suerickx: Ik ben Olivier Suerickx van Penetron Benelux, managing partner. Vooral commercieel technisch binnen de organisatie als rol. Wij focussen ons op duurzame oplossingen die betonstructuren langer laten meegaan. Technologieën zoals helend, zelfhelend beton, maken vandaag veel mogelijk in de bouw.
Roel van Gils: Dankjewel.
Bob Lambermont: Ik ben Bob Lambermont. Ik werk voor P&O International als specification manager. In die functie reis ik ook heel de wereld af. Veel plaatsen om eigenlijk de projecten vanaf het begin op te volgen in de specificatie. En daardoor heb ik ook dikwijls te maken met wat is er gaande in de wereld, in de verschillende landen, met de nieuwe cementsoorten, met de nieuwe betonmengsels. Wat wordt er eigenlijk in de praktijk al gebruikt?
Roel van Gils: Nogmaals, welkom allemaal. We hebben het al over CO₂-neutraliteit, circulaire economie, energiezuinig bouwen, maar de realiteit op dit terrein blijkt vaak weerbarstig. Hoe groot is het probleem eigenlijk in de bouw?
Niki Loonen: Nou ja, als ik dan mag beginnen. Ja, best wel groot. We hebben natuurlijk best wel beeld op wat de grenzen van Parijs zijn. De Dutch Green Building Council heeft best wel een mooi onderzoek gedaan naar wat de impact van bouwen zou mogen zijn. En daar zitten we nu echt wel, denk ik, met de gemiddelde bouwprojecten wel een factor twee of meer boven. En die grens gaat in de komende jaren nog een keer halveren, want we moeten steeds minder uitstoten. Dus we moeten echt reducties gaan bereiken van nu al 50 procent om een beetje on par te zijn om die anderhalf, twee graden te behalen. En dat moet nog een keer halveren richting 2030, 2035.
Roel van Gils: Oké, we hebben een aantal stellingen geformuleerd. Misschien kunnen we met stelling één beginnen.
Niki Loonen: Ja.
Roel van Gils: Tenzij je nog een toevoeging hebt, Olivier.
Olivier Suerickx: Ja, niet specifiek. Ik sluit mij aan bij Niki. Ik denk dat de grootste problematiek die we ook gewoon hebben, is dat cementproductie, beton, toch verantwoordelijk is voor plusminus 8% van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Er dient echt iets te gebeuren. Ik denk dat dat belangrijk is en dat het echt in de praktijk moet uitgeplooid worden. Ik denk dat dat van iedereen moet komen die in de betonwereld zit, of de bouw in het algemeen, om iets te kunnen realiseren.
Roel van Gils: Ja, dat is misschien ook weer een mooi bruggetje.
Bob Lambermont: Ik zie nog telkens verschillen tussen de landen en het soort klanten. Dus je hebt landen en soorten klanten waarbij ze echt totaal geen bezorgdheden hebben op de CO₂, dat ze enkel voor prijs en zo snel mogelijk gebouwd willen hebben. De bewustwording is wel aan het groeien. Ik ben net terug van een reis van Latijns-Amerika, dus je ziet dat de bewustwording daar wel aan het groeien is en in sommige landen staat die veel verder dan in andere landen. We hebben daar eigenlijk, ja, er zijn mogelijkheden. Sommige klanten eisen meer duurzaamheid en dat wordt dan belangrijker. Andere klanten zitten daar nog totaal niet mee in, maar die zijn wel gevoelig dan eigenlijk niet voor de CO₂-uitstoot, maar wel voor de duurzaamheid.
Niki Loonen: Ja kijk, wij zien dat in Nederland de financiers en de woningcorporaties bijvoorbeeld best wel al strengere eisen aan het stellen zijn op primair grondstofgebruik op CO₂ en dat de ontwikkelaars en de aannemers echt bevraagd worden om daarop te gaan bouwen. Dus ik zie de beweging in de goede richting, maar we komen van ver.
[04:41] Stelling: duurzaamheid in de bouw is nog te vaak een marketingterm
Roel van Gils: Dus onze eerste stelling, duurzaamheid in de bouw is vandaag nog te vaak een marketingterm. Klopt die nog?
Niki Loonen: Voor een deel kan het zijn dat dat zo is, maar ik zie wel steeds meer oprechtheid in de wens om die kant uit te gaan. En ik zie ook dat het op heel veel plekken moeilijk is om daar echt handen en voeten aan te geven. En dat je dan vanuit de wens de kleine dingetjes al wat groter probeert te maken om op die manier ergens trots op te kunnen zijn. En dat is natuurlijk ook goed, want dat inspireert anderen weer. Maar de stappen die we moeten zetten zijn nog best wel groot.
Roel van Gils: En waar ligt dat dan aan?
Niki Loonen: Ik zeg altijd, de macht der gewoonte is heel sterk. Dus dat wat je gewend bent om te doen, is heel moeilijk om te veranderen. Ook al weet je, kijk maar naar jezelf. Of dat nou in mijn geval, ik vind suiker lekker, dus ik ben echt een suikerjunk. En ik weet dat het niet goed voor me is. Maar ja, dat is toch superlastig. De macht der gewoonte is zo sterk. En ik denk dat iedereen wel iets voor zichzelf heeft waarvan die denkt van ja, eigenlijk zou ik dat niet moeten doen, maar ik doe het toch elke dag weer. En dat is met bouwen in feite niet anders. Dat wat je gewend bent om te doen, dat is heel moeilijk om daar vanaf te stappen en iets anders te gaan. Maar dat is wel nodig.
Roel van Gils: En ligt dat ook aan een gebrek aan kennis bijvoorbeeld?
Niki Loonen: Ja, ik denk dat dat voor een deel natuurlijk, voor een deel ligt dat aan kennis, maar er is natuurlijk ook heel weinig kennis over de manier waarop we nu bouwen. Dus ik denk dat er heel weinig mensen zijn die beton verwerken, die begrijpen hoe beton in elkaar is gesleuteld. Voor iemand die met beton werkt, moet het verwerkbaar zijn. En moet nog een bepaalde sterkte en een milieuklasse halen. En als de betoncentrale zegt dat het dat doet, dan is het eigenlijk vanuit vroeger niet iemand die zei van ja, maar wat zit er nou precies in? En ik moet heel eerlijk zeggen dat ik van cementchemie op een gegeven moment ook afhaak. Dat ik het ook niet weet. Dus ik denk dat, en natuurlijk moeten we veel doen aan opleiding en training. Maar ik denk dat het echt begint met de echte pure wens om die stappen te gaan zetten.
Olivier Suerickx: Ik vind het wel een mooie vergelijking die je maakt met suiker. Ik zou het eigenlijk zowat willen omdraaien naar uit onze comfortzone komen. Uit onze comfortzone komen, openstaan voor nieuwe dingen of anders gaan werken. Dat is echt een beweging die we in gang moeten zetten. Soms heb je de klant die je meekrijgt, maar het is natuurlijk niet alleen de klant. Er zijn verschillende partijen betrokken bij een bouwproces. Iedereen moet mee met die neus in dezelfde richting. En daar ligt volgens mij nog wel een moeilijkheid.
Bob Lambermont: Inderdaad, het gaat dikwijls over verantwoordelijkheid. En dan kijkt iedereen: oké, we willen wel zeer graag nieuwe technologieën gebruiken, maar misschien zou toch wel iemand anders eerst het eens kunnen doen om te zien of het wel werkt. En ja, zo blijft iedereen naar elkaar kijken. Wat wel heel positief is, is denk ik de bewustwording en dat iedereen het ook op zijn voorpagina zet, dat CO₂ een target is, een goal is waar we stappen moeten gaan nemen, dat we kunnen reduceren. En dat heeft toch wel heel wat in beweging aan het zetten in de betonwereld om naar oplossingen te zoeken waar dat vroeger zelfs, ja, dat werd allemaal direct van tafel geveegd. Nu is die mogelijkheid, is er veel meer openheid.
[08:28] Stelling: circulair bouwen vergeten, levensduurverlenging komt eerst
Roel van Gils: Ja, oké. Maar goed, dat sluit ook mooi aan op de volgende stelling. We praten veel over circulair bouwen, maar vergeten dat levensduurverlenging eigenlijk de eerste stap is. Hoe kunnen bestaande structuren bijvoorbeeld langer meegaan? Hebben we daar een voorbeeld van?
Niki Loonen: Ik pak eigenlijk altijd het Pantheon als voorbeeld. Oh ja? Een 2.000 jaar oude betonconstructie gemaakt door de Romeinen. Het is enerzijds een fabeltje om te zeggen dat het Romeinse beton zoveel beter was dan het onze beton. Want wij hebben betere maaltechnieken. Wij kunnen kalksteen calcineren in plaats van de ongebluste kalk die de Romeinen gebruikten. Onze beton is echt wel superieur. Alleen, we stoppen wapening in beton en dat beperkt heel vaak de levensduur. Dus daar gaat het eigenlijk in die grote lijn op de levensduur van beton mis. Zelfs als we het Pantheon met gewapend beton hadden gemaakt, dan hadden we het al 20 keer moeten herbouwen door betonrot. Dus enerzijds beton maken die heel erg lang meegaat, en dat deden de Romeinen best wel goed, want die gebruikten ook al zelfheling, en daar kunnen we ook echt nog wel verbeteringen in aanbrengen.
[10:13] Levensduurverlenging en uitvoeringskwaliteit
Bob Lambermont: Het gaat hem niet alleen over zelfgenezende technologie erbij voegen. Het gaat ook om de correcte uitvoering van het beton gieten, waar dat dikwijls tegen gezondigd wordt. Het te goede vibreren, het te goede nabehandelen. Dat zijn van die simpele dingen die de levensduur ook sterk kunnen verhogen.
Niki Loonen: Ja, absoluut. De uitvoeringskwaliteit is superbelangrijk om een lange levensduur van beton te halen. Nabehandeling is eigenlijk iets wat niet goed genormeerd is. Ik ben er eigenlijk helemaal niet zo voor normeren, maar als je dan ziet dat iets dergelijks als nabehandeling niet goed gebeurt, dan zou je denken misschien dat daar dan toch een regeltje voor zou moeten zijn.
Olivier Suerickx: Nee, maar dat is ook zo. En nabehandeling, soms komt dat erbij. Er wordt te weinig aandacht aan besteed, maar niet goed nabehandelen verstoort het hydratatieproces. Met als gevolg dat er scheuren gaan ontstaan, vroegtijdige scheuren die bijvoorbeeld vermeden hadden kunnen worden. Zeker als er dan nog met staal gewerkt wordt vandaag, dan zit iedereen al met zijn handen in zijn haar, net na de betonstort. En wat dan? En dan komen er weer andere kosten bij, andere zaken die je moet gaan aanpakken. Dus nabehandeling is wel een belangrijk gegeven.
Bob Lambermont: Ja, inderdaad op papier kan beton fantastisch goed zijn, heel goed gespecificeerd, de juiste mix, prachtig gemaakt in de betoncentrale, komt op de werf en dan tijdens de uitvoering van het beton kan het allemaal mislopen. En dan ja, hoeveel is het papier dan waard eigenlijk? Ja, dan moeten we gaan zien wat hebben we gebouwd en waaraan voldoet dat? Wat is eigenlijk de performantie van de structuur die belangrijk is?
[12:02] Levensduurdenken en achterstallig onderhoud
Niki Loonen: Ja, weer terug op dit punt, als je dus kijkt naar levensduur. We bouwen in Nederland voor 50 tot 100 jaar levensduren als we het over beton hebben. En we zien dat bijvoorbeeld Rijkswaterstaat op dit moment een enorme opgave heeft om de infrastructuur überhaupt gewoon in stand te houden. Jullie komen beide uit België. Daar kan je het ook bij wijze van spreken zien aan de infrastructuur, dat daar gewoon ook een stukje achterstallig onderhoud is. En in Nederland hebben we daar iets minder last van. Maar ja, de opgave die er ligt is enorm.
En eigenlijk is het heel erg gek dat we dus zien dat wat wij in de jaren 60, 70 gebouwd hebben, dat dat nu zo’n beetje een einde levensduur is. En dat we eigenlijk nu niet slimmer en beter doen dan in die tijd. Dus we zouden in mijn beleving echt veel beter moeten nadenken over hoe kunnen wij ervoor zorgen dat dat wat wij nu bouwen, wat bloot wordt gesteld aan de elementen, dat dat inderdaad eigenlijk oneindig mee kan zoals de Romeinen het ook deden. Lessen trek je uit het verleden. Ja, en die middelen zijn er.
Je kan betontechnologische maatregelen nemen, je kan uitvoeringsmaatregelen nemen, je kan innovatieve chemische technische toevoegingen doen zoals een zelfheler. Je kan alternatief wapenen met basaltvezel of met voorspanning die beschermd ligt in kunststofliners. Er zijn heel veel manieren om eindeloze levensduur te realiseren, of ongewapend zoals de Romeinen deden.
[13:54] De technologie ís er al – maar we passen haar te weinig toe
Roel van Gils: Dus de technologie om duurzamer te bouwen is er eigenlijk al, maar we passen het gewoon niet genoeg toe?
Niki Loonen: Nee. En dat betekent dus ook dat die technologie geschaald moet worden. Want je kan wel zeggen van, je kan niet van dag één naar dag twee naar iets nieuws toe. Daarvoor heb je echt wel hele processen door te lopen. Je hebt pilotprojecten nodig. Je moet je productie opschalen. Je moet je normen en regelgeving daarop gaan afstemmen. Dus dat kost tijd.
Pilots uitvoeren heeft ook een hele belangrijke functie: om zichtbaar te maken wat er kan. En pas als er een aantal pilots zijn gedaan, zie je dat een richtlijnorganisatie als CROW zegt: interessant, het wordt nu zo vaak toegepast, laten we er maar een richtlijn voor gaan schrijven. En zo maak je die stappen. Maar de technieken zijn er en het opschalen is waar we mee aan de slag gaan.
Roel van Gils: Olivier of Bob, wellicht kunnen jullie daar een techniek in brengen?
Bob Lambermont: Je had de vergelijking met de zonnepanelen. Dertig jaar geleden in onze contreien had dat totaal geen zin en was die kost veel te hoog. En nu zie je dat overal omdat eigenlijk die opschaling is gebeurd en er genoeg volume is en vraag is om dat rendabel te maken. De technologie is ook vooruitgegaan en we zitten dus in die evolutie. Een zeer spannend verhaal, zeer interessant verhaal.
[15:23] Zelfhelend beton – werking en toepassingsvoorbeelden
Roel van Gils: En als we kijken naar zelfhelend beton, kun je daar een toepassingsvoorbeeld van geven of de werking beschrijven?
Bob Lambermont: Ja, dus zelfhelend beton bestaat al veel langer. Het wordt al dikwijls toegepast. Het heeft natuurlijk directe voordelen op de levensduur, op de permeabiliteit. Daardoor kan je eigenlijk een aantal andere technieken voor ondergrondse structuren bijvoorbeeld, membranen vermijden. Je kunt werken met minder uitgraving als je die zelfgenezende technologie toevoegt aan het beton. En dan ga je dus eigenlijk het beton een aantal kwaliteiten geven waarvoor we nu oplossingen hebben met middelen die er bovenop komen. En dan breng je de kwaliteit, het resultaat van bijvoorbeeld waterdichtingsmembranen, in het beton in op een actieve manier.
Niki Loonen: Ja, bijkomend voordeel is bijvoorbeeld voor waterdichtheid dat we nu best veel wapening gebruiken om scheurwijdte te beheersen. Zowel eigenlijk voor de levensduur als voor waterdichtheid. Even een tunnelconstructie als voorbeeld: die werden vroeger zo’n beetje met 150 kilo per kubieke meter gewapend. Inmiddels zit dat boven de 200, 225 kilo per kubieke. Eigenlijk puur doordat we steeds minder scheurwijdte accepteren.
Als je dus weet dat je met zelfheling scheurvorming kan helen, dan kun je ook wat meer scheurwijdte toelaten en kan je dus aanzienlijk minder wapening gebruiken. Dus als je zelfheling toepast, en ik zou zeggen in sommige situaties combineer het ook nog met een krimpreducerende hulpstof, dan zorg je ervoor dat de aanleiding voor scheurvorming wordt gereduceerd én de omvang. Je vult dat aan met een zelfheler en dan krijg je eigenlijk een beton dat je bijna alleen nog maar op de krachtwerking hoeft te wapenen. En er zijn best veel constructies die voor de uiterste grensbelasting maar de helft of een derde van de wapening nodig hebben ten opzichte van wat er nu standaard in gaat. Met technologie zouden we dat kunnen verminderen.
[17:43] Revolutie of evolutie?
Roel van Gils: Is het dan eerder een revolutionaire of een evolutionaire stap voor de sector?
Niki Loonen: Ik geloof zelf meer in revolutionaire veranderingen. Mensen moeten het vertrouwen hebben als ze een gebouw binnenstappen dat dat gebouw niet instort. Die constructieve veiligheid is belangrijk. Investeerders investeren in gebouwen van 30, 40, 50, 100 miljoen. Zij moeten het vertrouwen hebben dat zo’n gebouw 50 jaar blijft staan, zonder extreme onderhoudskosten.
Dus je brengt veranderingen stapsgewijs: morgen gaan we bijvoorbeeld een proefstort doen met zelfhelend beton in een kelderwand. En daar hebben we nog geen wapening uitgehaald. Eerst ervaring opdoen. Gaat de uitvoering goed? Een jaar later: staat die wand er nog net zo goed bij? Misschien zelfs beter? Dan pas kun je in een volgend project grotere stappen zetten.
Daarom noem ik het: evolutie in pilots, revolutie in eindresultaat.
[19:06] Risico’s van zelfhelend beton
Roel van Gils: En wat zijn de risico’s eigenlijk?
Niki Loonen: Het risico bij zelfheling is dat het niet werkt. Dat is wel grappig, want als je bij projecten komt, is de vraag: we willen innovatie. En dan meteen ook: wat zijn de risico’s? Ik vind het mooie dat bij sommige producten er wel degelijk risico’s zijn. Maar de unknown unknown is de lastigste.
Bij geopolymeerbeton of basaltwapening durf ik nog niet te zeggen dat er geen unknown unknowns meer zijn. Maar bij zelfheling is het risico vooral: misschien werkt het niet. En dan heb je wat je altijd had. De kans dat het wel werkt is groot.
Olivier Suerickx: Ik zie vooral dat we nog veel te veel focussen op scheurwijdte. Maar een zelfheler werkt niet alleen in scheuren: het werkt in de volledige capillaire structuur. Het draagt bij aan levensduurverlenging omdat het schadelijke indringers tegenhoudt.
Niki Loonen: Ja, de poriën worden verdicht. Chloride-indringing, vorstschade – allemaal wordt het vertraagd. Eigenlijk zou het standaard moeten zijn in infrastructuur.
[20:43] Zelfheling in de volledige betonstructuur
Olivier Suerickx: Ik zie vooral ook dat we vandaag op niveau van zelfheling nog heel veel focussen op puur scheurwijdte of scheurvorming in het algemeen. Maar eigenlijk is het niet alleen op niveau van scheuren of toekomstige scheuren die zouden kunnen optreden. De technologie is een actief systeem dat blijft reageren zodra er water binnenkomt. Maar ook aan het oppervlak, over de massa van het beton, de capillairen in de structuur van het beton, gaat de technologie werken.
Roel van Gils: Dus het draagt bij aan de verlengde levensduur, wil je eigenlijk zeggen?
Olivier Suerickx: Ja, het is niet enkel een bescherming in scheuren, het is een bescherming in de volledige totaliteit. Het zorgt ervoor dat negatieve invloeden worden tegengehouden.
Niki Loonen: Ja, wat het eigenlijk doet is de poriën die in beton zitten dichten. Daardoor wordt de indringing van schadelijke stoffen enorm vertraagd. Dat zorgt voor een veel langere levensduur, ook zonder wapening. Vorstschade, chloride-indringing – dat wordt allemaal afgeremd.
[22:11] Waarom zelfheling standaard zou moeten zijn
Niki Loonen: Het is eigenlijk heel gek dat we bij infrastructuur niet gewoon standaard zelfheling toevoegen. Het is een beetje: baat het niet, dan schaadt het niet. En de kans dat het wél baat, is groot. De renovatieopgave is inmiddels zo groot dat je zou zeggen: voeg niet nóg meer objecten toe die straks óók weer onderhoud vragen, terwijl je het kunt beperken.
Bob Lambermont: In de praktijk zien we dat de vraag voor haveninfrastructuur en kaaimuren sterk stijgt de laatste jaren. De gespecificeerde levensduur is vaak 50 jaar, en in de praktijk haalt men soms nog niet eens 20 of 30 jaar. Dan zie je dat men op zoek gaat naar duurzame oplossingen die onderhoud en operationele kosten beperken.
[23:35] CO₂-winst: nieuwbouw versus bestaande bouw
Roel van Gils: De grootste CO₂-winst ligt niet bij nieuwbouw, maar bij behoud en herstel van bestaande structuren.
Bob Lambermont: Het ligt aan beide kanten. Hoe kun je bestaande structuren langer laten meegaan? Zelfhelende technologie kun je ook toepassen op bestaande structuren. Maar: ze moeten wel in goede staat zijn of in goede staat gebracht worden. Dan komt de vraag: heeft renovatie zin, of wordt het afbraak en nieuwbouw?
Niki Loonen: Er is grote impact mogelijk op nieuwbouw. Maar iets slopen om exact hetzelfde terug te bouwen is natuurlijk absurd. Goed onderhoud en slim renoveren zijn directe duurzaamheidswinst. Maar alleen daarmee redden we de 100.000 woningen per jaar niet. We hebben beide nodig: renoveren én bouwen. En bouwen wordt complexer, niet eenvoudiger.
[26:17] De levensduur van beton is vooral een organisatorisch probleem
Roel van Gils: De levensduur van beton is vaak geen technisch probleem maar een organisatorisch.
Niki Loonen: Helemaal eens. Het begint bij de uitvraag van de opdrachtgever en bij ons normenkader. Beton wordt nu ontworpen op een levensduur van 50 of 100 jaar. Maar we bouwen een wereld die idealiter eeuwen mee zou moeten kunnen gaan. Kijk naar het Binnenhof: nooit ontworpen voor 50 jaar, maar het staat er nog steeds.
Als je nu een betonnen gevel maakt en daar ontstaat betonrot, terwijl de installaties na 40 à 50 jaar ook versleten zijn, dan wordt het hele gebouw onaantrekkelijk. Dan zeggen we: haal het maar neer. Dat is een denkfout.
We zouden dingen moeten bouwen die, net als het Pantheon, in principe eeuwig kunnen blijven bestaan – met verbouwingen wanneer nodig, maar zonder fundamentele degradatie van de constructie.
[28:17] Zelfhelend beton is geen toekomstmuziek meer
Roel van Gils: De conclusie is dus eigenlijk: zelfhelend beton is geen toekomstmuziek meer.
Bob Lambermont: Zeker niet. Voor kelders, ondergrondse structuren, waterdruk, maritieme infrastructuur – het wordt al toegepast. Je vervangt membranen door actieve technologie. En je versnelt het bouwproces.
Roel van Gils: Kun je concrete voorbeelden geven?
Bob Lambermont: Ja, bijvoorbeeld tunnels met spuitbeton waarin zelfheling is opgenomen. Je slaat complete stappen over in de bouw, zoals het aanbrengen van PVC-membranen. Dat scheelt weken. Ook in tankprojecten hebben we het toegepast: scheuren van 6 weken tot 4 weken vanzelf dicht. En zelfs 45 extra scheuren bleken volledig gedicht. Dat bewijst dat het werkt.
[36:04] Duurzaamheid is aantoonbaar levensduur verlengen
Roel van Gils: Een bouwwerk is pas duurzaam als het aantoonbaar de levensduur van de constructie verlengt.
Niki Loonen: Je bouwt een tent of een paleis. Dat is mijn filosofie. Een tent bestaat uit onderdelen die vervangbaar zijn. Een paleis moet eeuwig mee. Gebruik je secundaire grondstoffen? Dan verlaag je de milieu-impact, maar verleng je niet per se de levensduur. Daarom hebben we methodieken als LCA en MKI. Niet perfect, maar het beste wat we hebben.
Roel van Gils: En welke rol speelt zelfhelend beton daarin?
Bob Lambermont: Het verhoogt de levensduur enorm. De kosten zijn minimaal vergeleken met de totale investering. Als een technologie de levensduur met tientallen jaren kan verlengen, dan is het antwoord eenvoudig: doen.
[39:30] De bouw over tien jaar
Roel van Gils: Hoe ziet de bouw er over tien jaar uit?
Niki Loonen: Als het aan mij ligt: we zitten midden in de chaosfase van de transitie. Technologie bouwt op, oude technologie sterft af, normen veranderen, ketens lopen vast, innovaties botsen. Ik hou van chaos. Maar na de chaos komt helderheid. Over tien jaar zijn we veel verder, maar die rit ernaartoe wordt intens.
Olivier Suerickx: Alle technologieën bestaan al. Het enige wat we moeten doen, is ze toepassen. Uit de comfortzone stappen.
Bob Lambermont: We moeten durven hogere eisen te stellen. Mooie structuren bouwen die ook duurzaam zijn. De openheid voor nieuwe technieken is er al.
[43:04] De gezamenlijke opdracht
Roel van Gils: De conclusie is dus duidelijk: we moeten het gewoon gaan toepassen. Technologie is er. Willen is kunnen.
Niki Loonen: We hadden gisteren al kunnen beginnen. Maar als dat niet is gebeurd: laten we het morgen doen.
[43:31] Afsluiting
Roel van Gils: Dank allemaal voor jullie aanwezigheid en dit inspirerende gesprek. Olivier, Nicky, Bob – ben luisteraars: dank voor het luisteren. Tot de volgende.
Neem dan rechtstreeks contact op met Penetron Benelux.
Contact opnemen