Platform over beton en staal in de bouw
Vloer de CO₂-uitstoot
KetenKracht Event.

Vloer de CO₂-uitstoot

Tijdens het 13e VBI Ketenkrachtevent stond één vraag centraal: hoe kan de betonsector de CO₂-uitstoot versneld terugbrengen zonder concessies te doen aan kwaliteit, beschikbaarheid en schaalbaarheid? Producenten van cement, bindmiddelen en prefab beton lieten zien dat de oplossing niet in één technologie zit, maar in een combinatie van innovaties die elkaar versterken.

Cement blijft de grootste uitdaging

Hoewel cement slechts ongeveer 15% van het volume van beton vormt, veroorzaakt het ongeveer 85% van de CO₂-uitstoot van traditioneel beton. Vooral de productie van klinker is verantwoordelijk voor deze emissies. Daarbij ontstaat circa twee derde van de CO₂ tijdens de chemische omzetting van kalksteen en een derde door de benodigde energie. Daardoor blijft juist cement de belangrijkste knop om aan te draaien.

CO₂ afvangen als onmisbare stap

Jan Veenstra (Heidelberg Materials) presenteerde de strategie richting vrijwel klimaatneutraal cement. Volgens Heidelberg zijn verschillende maatregelen noodzakelijk:

  • minder klinker in cement;
  • alternatieve brandstoffen;
  • efficiëntere productieprocessen;
  • nieuwe cementsoorten;
  • slimmer ontwerpen zodat minder beton nodig is;
  • én uiteindelijk CO₂-afvang (CCUS).

Veenstra ziet CO₂-afvang niet als een keuze maar als een noodzakelijke stap om de resterende procesemissies uit cementproductie te elimineren. Via de fabriek in Brevik (Noorwegen) wordt met evoZero het eerste op grote schaal geproduceerde cement met afgevangen CO₂ op de markt gebracht. De afgevangen CO₂ wordt per schip vervoerd en permanent opgeslagen onder de Noordzee binnen het Longship/Northern Lights-project. Heidelberg wil daarmee wereldwijd een nieuwe standaard zetten voor cementproductie.

Minder klinker is de snelste route

Jeroen Langenberg (Ecocem) plaatste juist vraagtekens bij de nadruk op CCUS als hoofdoplossing. Volgens het bedrijf kunnen de kosten van cementproductie door grootschalige toepassing van CO₂-afvang sterk oplopen. Daarom ziet Langenberg klinkerverlaging als de meest efficiënte route voor de komende decennia.

Daarbij wees Langenberg ook op een nieuw probleem: traditionele vervangers zoals hoogovenslak worden schaarser door veranderingen in de staalindustrie. Dat vraagt om nieuwe bindmiddeltechnologieën. Het bedrijf ontwikkelt daarom ACT (Advanced Cement Technology), waarbij optimalisatie van de samenstelling en korrelpakking leidt tot hoogwaardige betonprestaties met een aanzienlijk lagere CO₂-voetafdruk. De technologie wordt inmiddels toegepast in grootschalige woningbouwprojecten.

Alternatieve bindmiddelen uit reststromen

Bart van Melick (ASCEM) presenteerde INVIE, een alternatief bindmiddel dat wordt geproduceerd uit industriële reststromen. Volgens het bedrijf kan hiermee een CO₂-reductie tot circa 80% worden gerealiseerd ten opzichte van traditioneel cement.

De presentatie benadrukte dat de sector in principe drie routes kent:

  • minder klinker via alternatieve grondstoffen;
  • CO₂-afvang en opslag;
  • volledig alternatieve bindmiddelen.

Van Melick ziet vooral in die derde route de grootste structurele kans, omdat beschikbaarheid van hoogovenslak afneemt en CCS volgens hen kostbaar blijft. Tegelijkertijd erkent het bedrijf dat marktacceptatie nog wordt geremd door regelgeving, certificering en onbekendheid met nieuwe bindmiddelen. Demonstratieprojecten en samenwerking in de keten zijn volgens Van Melick noodzakelijk om deze innovaties op te schalen.

Verduurzaming begint in de fabriek

Brechtje van den Beuken (Bosch Beton) liet zien dat ook prefabproducenten hun eigen bijdrage leveren. Het bedrijf werkt toe naar een cementvrije generatie keerwanden via een stapsgewijze reductie van het cementgehalte.

Daarnaast werd Sonocrete gepresenteerd, een technologie waarmee dezelfde druksterkte wordt bereikt met circa 30% minder CO₂-uitstoot, doordat minder cement nodig is. Van den Beuken benadrukte dat verduurzaming niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook investeringen vraagt in materiaalonderzoek, procesontwikkeling en productie.

Gezamenlijke conclusie

Ondanks de verschillende visies was de rode draad van het Ketenkrachtevent opvallend eensgezind: er bestaat geen enkele oplossing die de betonsector in één stap klimaatneutraal maakt.

De sprekers onderscheiden verschillende bouwstenen die naast elkaar nodig zijn:

  • reductie van het klinkergehalte;
  • nieuwe cement- en bindmiddeltechnologieën;
  • toepassing van industriële reststromen;
  • optimalisatie van betonmengsels;
  • slimmer ontwerpen met minder materiaal;
  • CO₂-afvang en opslag voor de resterende emissies.

Vrijwel alle presentaties onderstreepten bovendien dat technologische innovatie alleen onvoldoende is. Opschaling vraagt ook om aangepaste regelgeving, certificering, investeringen én samenwerking tussen cementproducenten, betonfabrikanten, opdrachtgevers en kennisinstellingen. Juist die ketensamenwerking vormde de kern van het dertiende VBI Ketenkrachtevent.

Opvallend spanningsveld

Misschien wel de interessantste conclusie van het evenement is dat de sprekers het eens waren over het doel, maar niet over de route. Heidelberg Materials positioneert CO₂-afvang als onmisbare eindoplossing, terwijl Ecocem en ASCEM juist veel nadruk leggen op het verder terugdringen of zelfs vervangen van klinker. Dat verschil in strategie maakt duidelijk dat de verduurzaming van beton niet draait om één winnende technologie, maar waarschijnlijk om een combinatie van meerdere oplossingen die elkaar aanvullen.

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten