In Nederland hebben we een kabinet. Een kabinet dat inzet op vernieuwing en versnelling. We staan voor grote opgaven: klimaatadaptatie, netcongestie, investeringen in energie-infrastructuur en een enorme woningbouwopgave. We willen blijven bouwen, blijven groeien en tegelijkertijd droge voeten houden, voldoende elektriciteit hebben en blijven kopen – nu én in de toekomst.
Voor een klein land met ruim 18 miljoen inwoners zijn dat forse ambities. Dorpen en steden moeten uitbreiden, infrastructuur moet worden verzwaard en systemen moeten toekomstbestendig worden ingericht. Als bouwers herkennen we deze opgaven. Sterker nog: wij wíllen bouwen. De plannen zijn groot en inspirerend. Maar doen we met elkaar ook het juiste?
Misschien moeten we onszelf eerst een andere vraag stellen: bouwen we aan oplossingen voor vandaag of werken we aan een weerbare samenleving voor morgen? Is het ongelimiteerd toevoegen van woningen en het technisch oplossen van netcongestie voldoende? Of vraagt deze tijd om een bredere cultuurverandering in hoe wij ontwerpen, bouwen en risico’s afwegen? Weerbaarheid begint niet bij techniek, maar bij mensen. Bij hoe we omgaan met kennis, kunde en verantwoordelijkheid. In de bouw rekenen we steeds vaker extreme risico’s dicht, vanuit controle en zekerheid. Dat is begrijpelijk, maar het kan ook verlammend werken. Weerbaar bouwen betekent niet dat we normen loslaten – integendeel. Een veilig Nederland vraagt om goede normering, robuuste regels en bewezen systemen in beton, staal en andere bouwmaterialen. Maar het vraagt óók om het bewust durven nemen van afgewogen risico’s. Om ergens voor te staan als vakmens en verantwoordelijkheid te nemen voor keuzes die we maken.
In dat kader introduceer ik het concept DILT: de Diepe Integrale LeidingTunnel. Geen nieuw idee, maar wel een concept dat tot nu toe te weinig handen en voeten heeft gekregen. De kennis van tunnelboren en ondergrondse technieken ontwikkelt zich razendsnel. Boorschilden worden groter, diameters nemen toe en precisie verbetert. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om onder steden en platteland diepe, langgerekte tunnels aan te leggen, onder paalpuntniveaus en bestaande eigendommen door.
DILT bestaat uit putten en lijnen: verticale schachten en horizontale tunnels die samen een ondergronds netwerk vormen. Net zoals we nu bovengrondse backbone-structuren kennen – bijvoorbeeld vanuit de haven van Rotterdam richting Antwerpen en het Ruhrgebied – kunnen we dergelijke vitale systemen dieper in de ondergrond brengen. Voor energie, warmte en koude, water, afvalwater, logistiek en zelfs goederenstromen. Dat vraagt forse investeringen, maar bovengronds blijven stapelen en improviseren kost op termijn óók geld, ruimte en maatschappelijke acceptatie. De vraag is niet of dit duur is, maar of we bereid zijn om te investeren in lange termijn oplossingen. Denk aan publiek private samenwerkingen met langjarige bouwconsortia, waarin winst aanwezig is, maar niet leidend. Waar waardecreatie, continuïteit en maatschappelijke opbrengst centraal staan. Oei, misschien komt dat wel in de buurt van een weerbare samenleving.
Wat levert dit op? Ondergrondse bereikbaarheid in tijden van schaarste. Versnelling van de energietransitie. Robuuste infrastructuur die steden en regio’s ook in moeilijke tijden blijft bedienen. Maar laten we eerlijk zijn: geen enkel systeem maakt ons vanzelf weerbaar. Echte weerbaarheid begint bij uzelf. Bij hoe u in uw organisatie nadenkt over risico’s, samenwerking en vakmanschap. Door het gesprek aan te gaan, door open te staan voor collega’s, door dienstbaar te zijn aan de samenleving. Niet door altijd het hoogste of het meeste na te streven, maar door op de plek waar u staat, het beste in te brengen, wat u kunt.
Jaap Peters – Projectleider Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam