Platform on concrete and steel in construction

#10 – Kathodische bescherming verlengt de levensduur van betonconstructies

Bruggen, viaducten, balkons en parkeergarages lijken robuust, maar ook betonconstructies verouderen. Corrosie van het wapeningsstaal kan leiden tot scheuren, betonschade en uiteindelijk veiligheidsrisico’s. Anthony van den Hondel, directeur van Cathodic Protection Supplies (CPS), legt uit hoe kathodische bescherming het corrosieproces kan stoppen, waarom toestandsgestuurd onderhoud steeds belangrijker wordt en hoe AI beheerders kan helpen om onderhoud beter te plannen en prioriteren.

Interview with: Anthony van den Hondel, directeur van Cathodic Protection Supplies (CPS)

Host: Roel van Gils

#10 - Kathodische bescherming verlengt de levensduur van betonconstructies 1
Transcriptie

[00:11] Veiligheid van betonconstructies
Roel van Gils: Welkom bij weer een nieuwe podcast van Beton & Staalbouw. We rijden er dagelijks overheen, over de weg. We lopen eronderdoor. We wonen in gebouwen met balkons, consoles, constructies die tientallen jaren geleden zijn ontworpen. En meestal staan we daar helemaal niet bij stil, want beton, staal en bruggen voelen als vanzelfsprekend veilig. Maar wat gebeurt er als een constructeur je zegt: deze constructie is niet aantoonbaar veilig? Wie komt dan in actie? En misschien nog belangrijker: wat gebeurt er als een beheerder vervolgens zegt: maar er zijn nog veel meer constructies niet veilig? Welke heeft de hoogste prioriteit? Dan ontstaat er een bijzondere situatie. Want het probleem is er, het risico is vastgesteld, maar soms gebeurt er toch niets. Daar gaan we het vandaag over hebben. Bij mij aan tafel vandaag: Anthony van den Hondel van CPS. Welkom, Anthony.
Anthony van den Hondel: Ja, dank je wel. Blij om hier te zijn.
Roel van Gils: Stel jezelf kort even voor.
Anthony van den Hondel: Ja, mijn naam is Anthony van den Hondel. Ik ben echt een ingenieur. Ik wil graag dingen oplossen, dingen veranderen. Dat zit een beetje in me. Ik hou van puzzelen, zeg maar de wat technischere vakken, de technische kant. Toen ik van school afkwam, was er eigenlijk in mijn opleiding – ik ben materiaalkundig ingenieur, ik zit eigenlijk aan de corrosiekant – niks te doen. Het was niet zo’n goed jaar in de economie. En ik ben achter mijn broer aan in het betononderhoud terechtgekomen. Dus mijn wereld speelt zich af in het betononderhoud. Dat is een soort niche van de niche van de niche, zou je kunnen zeggen. Het is niet eens bouwen, het is een stukje ervan. En dan ook nog eens kathodische bescherming, omdat dat heel erg dicht tegen mijn expertise aan ligt. Toen ik net van school afkwam, begin jaren negentig, was dit net nieuw en mijn baas zei toen: “Wim Brink, ik heb iets voor jou. Jij gaat kathodische bescherming doen, dat gaat wel wat worden.” Nou, nu zijn we ondertussen een kleine 40 jaar verder, laten we zeggen 30 jaar verder, en ik doe niets anders dan kathodische bescherming op beton. En dan moet ik het overal uitleggen, want niemand snapt het.
[02:08] Wat is kathodische bescherming?
Roel van Gils: Dat is eigenlijk mijn volgende vraag. Misschien kun je de methodiek even uitleggen. Wat houdt het precies in als je kijkt naar beton?
Anthony van den Hondel: Je hebt het net al in je introductie: het is overal. We zien overal beton. 75 procent van de gebouwde omgeving bestaat eigenlijk uit beton, vaak verstopt achter andere laagjes. Maar de kern waar we op lopen, is vaak die mensgemaakte steen. En dat gaat eeuwig mee, dat is perfect. Hoef je niks aan te doen, heeft helemaal geen onderhoud nodig. Nou, daar zijn we een beetje uit wakker geworden. Dat begon een beetje in de jaren zeventig en tachtig. In de jaren tachtig kwamen de eerste bewegingen op gang om betonreparatie, betononderhoud, op een wat hoger niveau te brengen. En nog wat later kwamen we erachter: ja, dat is wel vervelend, want we hebben nu dat beton gerepareerd en het gaat weer kapot. Nou, dat is dus waar kathodische bescherming om de hoek komt kijken. Wat bleek er nou aan de hand te zijn? Het staal in dat beton roest en dat drukt van binnenuit het beton kapot. Het gaat scheuren, er ontstaan roestvlekken en dan valt het naar beneden. Dat wordt in de volksmond betonrot genoemd, maar er is eigenlijk niks mis met het beton. Het is misschien van niet zo’n goede kwaliteit, maar verder rot dat zelf niet. Het is het staal dat roest. Kathodische bescherming is een techniek die uit andere industrieën komt, uit gasleidingen onder de grond of schepen of damwanden. Wat we daarop doen, is met kathodische bescherming een klein stroompje laten lopen om te zorgen dat dat corrosieproces stopt. En er was dus iemand die zei: “Hé, kan dat dan ook niet op beton?” De rest is geschiedenis, zoals je zegt. We hebben nu kathodische beschermingssystemen op beton waar dat nodig is. Als het staal heel erg aan het roesten is en we krijgen dat niet echt op een andere manier opgelost.
Anthony van den Hondel: Maar dat pas je pas toe als het defect is ontstaan? Ja, dat zou je denken. Dat is wel onze Nederlandse mentaliteit. Grappig genoeg worden er op dit moment in Nederland kathodische preventieprojecten aangelegd. Daar gaat dus al een KB-systeem in het beton terwijl het nog gestort wordt, om te zorgen dat de standtijd langer wordt. Dus als je zegt: na 30, 40 jaar begint de ellende. Er was een Italiaanse professor, zo’n 30 jaar geleden, die zei: “Je moet eerder beginnen, want dan kan je met een relatief licht en goedkoop systeem het moment waarop de problemen ontstaan heel ver uitstellen, misschien zelfs wel definitief voorkomen.” Dus ja, we doen tegenwoordig in Nederland ook wat kathodische preventie, maar dat is nog exotisch hoor. Dat staat in de kinderschoenen. Ik zeg altijd: als het niet kapot is, moet je het niet repareren. Dus er moet echt wel een aanleiding zijn, een reden zijn. Dan voer je een maatregel door en dan wil je ook een soort return on investment zien. Als ik daar geld aan uitgeef, wat levert mij dat dan in de toekomst op? Het moet wel een positieve balans zijn. We zijn Nederlanders genoeg om te zeggen: als het niks oplevert, ga ik het niet doen.
[04:52] Wanneer een constructie niet aantoonbaar veilig is
Roel van Gils: Misschien kunnen we het wat concreter maken. Bijvoorbeeld: een constructeur constateert dat een balk van een viaduct niet in orde is. Wat gebeurt er dan vervolgens in de praktijk?
Anthony van den Hondel: Dat hangt een klein beetje af van de beheerder en de situatie. Maar de grove lijn is: dan hebben we een uitdaging. Omdat we dit niet zo vaak meemaken, weten organisaties ook vaak niet precies wat ze ermee moeten doen. En dan lopen we ertegenaan: is dit nu echt spoed? Stort dit nou morgen in, ja of nee? Haal ik hem even uit de infrastructuur? Maar als iemand vraagt van zo’n console, zo’n balkon: hoe vaak stort dat nou in in Nederland? Dan zegt een adviseur aan tafel: “Nou, dat gebeurt eigenlijk bijna nooit.” Nou, dat is dan mooi, dan gaan we daar niks aan doen, dan willen we toch nieuwe badkamers. Letterlijk een gesprek waar ik bij heb gezeten. Dan denk je: jongens, ik weet niet waar dit over gaat. Maar omdat we dus een vals gevoel van veiligheid hebben, omdat het zo vaak goed gaat, eigenlijk nooit fout gaat, zeggen we: ja, die constructeur zegt dat die balk niet goed is, maar die balk zit er al 40 jaar.
Anthony van den Hondel: Daar had een man die bij TNO werkt een leuke opmerking over. Hij doet veel forensisch onderzoek, dat is Huibert Borsje. Die zei: “Wat mij opviel in mijn forensisch onderzoek bij al die ingestorte constructies…”
Roel van Gils: Het was wel allemaal geconstateerd vooraf?
Anthony van den Hondel: Ja, hij zegt: “De dag daarvoor stond hij er nog.” En dat is natuurlijk waar. Het vervelende is: je ziet er niets aan gebeuren. Maar we hebben beton zo gemaakt: ten eerste is het heel goed, heel duurzaam, heel sterk. Het kan wel iets hebben. Maar we hebben het zo gemaakt dat als het fout gaat, het gaat waarschuwen. We willen niet dat het in één keer beneden ligt. Wat is nou een waarschuwing? Een waarschuwing is: ik zie scheuren. Het ziet er niet zo goed uit. Dit is raar. Dat doet hij anders nooit. Dat zijn de waarschuwingen. Op dat moment moet je wel wat gaan doen. Zo’n constructeur rekent er dan aan en die zegt: “Ja, op papier klopt het niet. Ik snap niet dat hij niet beneden ligt.” Maar hij staat er nog. Maar we moeten er wel wat aan doen. De mogelijkheden van die beheerder: soms zal iemand zeggen, we gaan versterken. Of we slopen en bouwen een nieuwe. Of we gaan hem repareren. We gaan er iets aan doen. Er zijn natuurlijk ook beheerders die problemen hebben. Budgettair komt het niet uit, of in de planning kan het echt niet. En dan krijg je de vraag: wat moeten we nu? Hoe lang kunnen we dit dan nog uitrekken? Hoe lang kunnen we dit nog rekken?
Roel van Gils: Ja, interessante discussie.
Anthony van den Hondel: Ja, snap ik.
[07:20] Verouderende infrastructuur
Roel van Gils: En je noemde nu een voorbeeld van gebouwen, maar in de infrastructuur gaat het er toch ook redelijk slecht aan toe?
Anthony van den Hondel: Ja, op dit moment is het natuurlijk een hot topic. Ook als je kijkt naar bijvoorbeeld de Merwedebrug, dat is dan een stalen brug. Ik zit meer aan de betonkant natuurlijk. Maar wat we gaan zien, en dat zullen we vaker gaan zien, is dat door de toegenomen belasting en tegelijkertijd de achteruitgang van de constructie, wat we van die constructie willen niet meer haalbaar is. Hij kan niet meer aan wat we er nu mee willen. En dan kun je twee dingen doen. Of heel veel geld investeren in onderhoud, vervangen en nieuwbouw, zou je kunnen zeggen. Maar daar heb je wel een jaar of tien voor nodig. Dat is een lange doorlooptijd. Het tweede wat je kan doen, is een bordje in de berm zetten: zware vrachtwagens omrijden. Dat helpt wel, want vrachtwagens zijn in de infrastructuur de zwaarste belasting.
Anthony van den Hondel: Je kunt de Merwedebrug eruit halen, maar als je naar de noord-zuidverbindingen kijkt, zijn er nog wat meer kritisch. Wat nou als je ze er allemaal uithaalt? Dan moet je omrijden over Duitsland. Dan hebben we een probleem. Dat is geen optie. Dus we moeten met elkaar wel gaan nadenken: wat is het minimale wat we aan beschikbaarheid nodig hebben? Als je kijkt naar infrastructuur, gaat het over het weggebruik, bijvoorbeeld voor vrachtverkeer. En daar moeten we ons dan op concentreren. Dat vereist dus van de assetmanagers een andere manier van denken. Toen ik net van school afkwam, was het heel makkelijk. Alles wat kapot was, werd gerepareerd. Dus je ging naar buiten, je keek wat er kapot was en dan maakte je daar een mooi rapport van. Alle tien plekjes die je zag, werden gerepareerd. Toen zijn we overgestapt naar functioneel: het is kapot, maar is dat nou zo erg? Je kunt het ook wel laten zitten. Als je dat ver doorvoert, dan krijg je de situatie als in België, dat het er heel slecht uitziet, of wat we in Duitsland hebben, dat je dertig werkzaamheden langsrijdt omdat ze achterstallig onderhoud aan het inhalen zijn. Die [onverstaanbaar] van: “Is het nou echt nodig?” Daar hebben we de grenzen wel van bereikt. En nu zitten we op een vervelend punt dat er tegelijkertijd heel veel nodig is.
Roel van Gils: Komen we dan ook in een situatie als in Duitsland?
Anthony van den Hondel: Wij zijn in Nederland iets eerder begonnen aan de bouwhausse. Dat had iets te maken met de Tweede Wereldoorlog. Maar die bouwhausse levert ook eerder problemen op. En het land is ontzettend groot, dus daar zie je ook gelijk: zo’n Baustelle is dan tien kilometer lang. En elk bruggetje en viaductje dat je tegenkomt, daar zijn ze tegelijkertijd mee bezig. Dat is een model waar we in Nederland waarschijnlijk ook naartoe gaan vanwege veiligheid. Dus als je dan een baanvak afsluit: gooi dan de A12 een maand dicht. Heel veel overlast, heel veel impact. Maar aan het einde van die maand zijn we wel klaar. En de mensen kunnen veilig hun werk doen. Misschien is dat ook wel iets wat we in Nederland vaker zullen gaan zien. Maar we hebben wel achterstallig onderhoud. En als je de kranten leest, wordt er met miljarden gesmeten. Daar komen we later misschien nog even op terug. Maar we moeten keuzes gaan maken en we moeten ook gaan acteren. Want we hebben geleefd in een wereld waarin het beton nog jong was, relatief weinig aandacht en liefde nodig had, maar ondertussen wel behoorlijk wat achterstallig onderhoud heeft. Dat kan niet allemaal in één keer, maar we moeten wel aan de slag.
[10:35] Hoe lang kan onderhoud nog worden uitgesteld?
Roel van Gils: Want hoe lang kunnen we ons dit nog permitteren? Allemaal maar uitstellen, uitstellen, uitstellen.
Anthony van den Hondel: Ja, ik heb ook geen glazen bol. Dat is het moeilijke eraan. Ik heb alleen wel een heel goed inzicht in hoe in Nederland het beton ervoor staat, omdat ik dit al heel lang doe en bijna overal een keer zelf ook fysiek geweest ben. We hebben niet heel lang meer. Dus wat we echt gaan merken, en dat is natuurlijk ook nu een politiek debat: waar maken we de keuzes? Maar wat we echt gaan merken, is dat we nu steeds vaker tegen de grens aan zullen lopen van wat nog acceptabel is. We wachten eerst tot het fout gaat voordat we er wat aan gaan doen. En dat geeft natuurlijk altijd een beetje het gevoel van: eerst moet het kalf verdronken zijn voor je de put dempt. Dat moeten we wel een keer omkeren en voor zijn. We zijn slim genoeg, we weten genoeg, we kunnen gaan sturen met wat we doen in Nederland.
Roel van Gils: Ja, want je maakte in het voorgesprek nogal een stevige vergelijking met Genua, het instorten van de Morandibrug daar. Die laat zien wat er kan gebeuren als constructieve problemen samenkomen. Zitten we te wachten tot zoiets ook hier gebeurt?
Anthony van den Hondel: Mensen realiseren zich niet: dit gebeurt wel vaker. Als je kijkt naar Europa, ieder jaar stort er in Europa een brug in of een viaduct. Ieder jaar. Maar gek genoeg gaat het bijna altijd goed. Dus dat is een beetje vreemd. Wat we hadden in Duitsland, wat was het, vorig jaar of het jaar ervoor? Dat gebeurt ’s nachts. Overdag rijdt de tram eroverheen.
Roel van Gils: In Dresden.
Anthony van den Hondel: Ja. Stort in, gelukkig geen doden en gewonden. Italië was natuurlijk heel triest, omdat er wel mensen bij om zijn gekomen. Maar we hebben gewoon een probleem dat we dingen zien aankomen, maar we kunnen niet gelijk acteren. En bijvoorbeeld in Spanje is ook zo’n [onverstaanbaar] uit zo’n overspanning gevallen. Die was net afgesloten de week daarvoor voor onderhoud. Dus op het moment dat we gaan beginnen, is het misschien net te laat of soms net goed, net op tijd. Het zou zomaar kunnen gebeuren, want er zijn objecten genoeg waarvan we onze twijfels hebben en denken: hoe zit dit? Hoe zit dat? Vroeger ontwierpen en bouwden we op een bepaalde manier waarvan we nu zeggen: met de kennis van nu zouden we dat niet meer zo doen, want dit is wel heel kwetsbaar of heel kritisch. Dan krijg je dus het punt: wat doe je daarmee? We gaan niet alles afsluiten, dat kan niet. Maar wat gaan we er dan wel mee doen, in welke volgorde en wanneer?
[13:09] Beheer en verantwoordelijkheid
Roel van Gils: Statisch gezien, onze manier van beheer nu, dat moet anders?
Anthony van den Hondel: Ja. Het probleem is: het is heel makkelijk om te praten vanaf afstand en tegen mensen te vertellen wat ze moeten doen. We zeggen altijd: de beste stuurlui staan aan wal. Dat is in dit geval natuurlijk ook zo. Het is heel makkelijk om vanaf deze tafel te zeggen dat anderen het niet goed doen. Iedereen is met goede intenties bezig, maar de uitdaging is heel fiks. Dat moeten we gewoon eerlijk zeggen. Tegelijkertijd ook aan de beheerderskant. Je zal maar bij een gemeente zitten en in jouw portefeuille wordt er gewoon bij gezegd: “O, we hebben ook nog 400 objecten, bruggetjes enzovoorts.” Van een houten bruggetje ergens in een park tot een groot betonobject in een belangrijke verkeersader. Doe jij dat er even bij? Dan denk je: ik deed eigenlijk altijd openbare ruimte en groenvoorziening en nu krijg ik dit er ineens bij. Dus je moet je realiseren dat heel veel beheerders geconfronteerd worden met: we doen steeds meer met steeds minder mensen. Daardoor neemt de werkdruk toe. Je raakt het overzicht kwijt en dan krijg je de vraag: wat moet ik hiermee? Nou ja, gaan we nadenken. Wat deden we twintig jaar geleden? Dan doen we dat nu ook. Maar twintig jaar geleden was dat beton nog relatief jong, was er nog niet zoveel aan de hand. En nu heeft het meer onderhoud nodig. Dan kom je dus op het punt: dat moet je dan zelf gaan uitvinden, terwijl je het druk hebt. Ik ben daar niet negatief over. Ik denk alleen dat we in Nederland de kennis beschikbaar hebben. Alleen vinden we elkaar nog onvoldoende.
[14:47] Kennis delen
Roel van Gils: Wat is dan de oplossing?
Anthony van den Hondel: Toch elkaar meer ontmoeten en meer kennis uitwisselen. Ik geloof heel sterk in kennisuitwisseling en kennisdeling. Dus als een beheerder het allemaal zelf moet doen… Je zal maar net die persoon zijn die een heel nieuw onderwerp op zijn bureau krijgt. En iemand roept tegen hem: “Weet je wat jij moet doen?” Dat ben ik dan. “Je moet kathodische bescherming doen.” Ik weet niet eens waar je het over hebt. Dat is logisch, want je hebt nog honderd onderwerpen onder jouw beheer. Maar als we dat soort kennis met elkaar kunnen delen, dan hoor je van je collega in een andere stad of bij een andere woningbouwcorporatie: “Ik heb dat zo en zo gedaan. En toen heb ik dat bureau gevraagd om het te inventariseren. Dat is me heel goed bevallen.” O, nou, interessant. Dat ga ik ook doen. Dus ik geloof heel erg in kennisdeling. En daar zijn ook de media en bijvoorbeeld dit soort dingen als een podcast voor nodig. We moeten elkaar zien te vinden en de kennis en ervaring die we hebben met elkaar delen.
[15:45] Van voorschriften naar prestatie-eisen
Roel van Gils: Van: dit wil ik, dit is de prestatie die ik wil, succes ermee. Is dat dan wel een goede ontwikkeling, vind je?
Anthony van den Hondel: Ik begrijp waar die vandaan komt. We hebben een wereld gehad, en dan moet je echt wel heel ver terug in de tijd. Dus de oude wereld waar ik in begon, waren dingen heel duidelijk gespecificeerd. Als je keek naar een uitvraag en iemand wilde wat laten doen, dan vertelde die: ik wil A, ik wil B, ik wil C, ik wil drie keer D hebben en dan moet je afsluiten met E. Dus er was heel duidelijk gespecificeerd precies wat je moest doen. En aan het einde van de rit: je had het gedaan of niet. Dat werd later: we willen eigenlijk dat het gewoon weer netjes is. Nou, definieer dan netjes en zoek jij zelf uit wat je moet doen. Op zich is dat een logische stap. Dat je gaat van een heel erg receptuurachtige situatie naar een gewenste eindsituatie. Maar daar zitten ook wel haken en ogen aan. We zitten nu op het punt dat eigenlijk niemand in de keten meer zoveel ervaring heeft met wat er nu echt moet gebeuren buiten.
Anthony van den Hondel: [Onverstaanbaar] bedrijfskunde, maar je bent nu verantwoordelijk voor technische beheerzaken. En dat benader je heel bedrijfskundig. Logisch, want dat is ook jouw achtergrond. En dan denk je: waarom loopt dit proces nu zo moeizaam? Waarom word ik nu geconfronteerd met: we zijn begonnen en nu komen we er ineens achter? Hadden we dit van tevoren niet aan kunnen zien komen? Het antwoord daarop is natuurlijk: ja. Maar iemand die vanaf de zijkant instroomt, die denkt: hoe kan het nou dat we dit niet weten? [Onverstaanbaar] eraf is gehaald en dan blijkt dat het eronder niet zo goed is. Dat soort verrassingen zijn voor ons in de betonwereld niet nieuw, want die kennen we. Maar als je van buiten de betonwereld komt, denk je: als ik toch vraag, ik wil een nieuwe gevelbekleding, dan krijg ik toch een nieuwe gevelbekleding? Dat is toch niet zo moeilijk? Je weet toch hoe groot dat gebouw is? Ja, met beton is dat iets anders. Het zag er op afstand allemaal goed uit. En nu hebben we de verf eraf gehaald, blijkt het toch wat anders. Het is toch wat minder.
[17:48] Condition-based maintenance
Roel van Gils: Maar goed, dat kun je dus niet voorkomen.
Anthony van den Hondel: Dat blijft. Wat je eraan kunt doen, en dat is een beetje waar ik ook op probeer te hameren in mijn gesprekken met mensen om me heen: er wordt heel vaak tegen onderhoud aangekeken als iets wat jou overkomt. En ik vergelijk dat altijd, als je kijkt naar de onderhoudstheorie. Dat noemen ze dan storingsgestuurd onderhoud: je band gaat lek, dan moet je hem laten repareren. Maar je kan ook zeggen: gebruiksafhankelijk onderhoud. Ik ga op gebruik sturen. Als ik 20.000 kilometer heb gereden, dan ga ik mijn banden vervangen. Of ik kan zeggen: ik doe het toestandsafhankelijk. Ik steek gewoon zo’n profielprikkertje erin en als die onder de twee millimeter komt, dan wordt het weleens tijd voor nieuwe banden. Dus dat zijn heel verschillende manieren van benaderen. En bij beton kan dat ook. Gek genoeg doen we dat heel vaak: als het kapot gaat, gaan we er iets aan doen. Dan overkomt het ons. We zagen het niet aankomen. Maar beton leent zich heel erg voor dat toestandsgestuurd onderhoud. Dus goed kijken naar je beton.
Roel van Gils: Blijven monitoren.
Anthony van den Hondel: Maar ook wat meten. Monitoren, nog mooier. Kijk, als je nu aan iemand vraagt: hoe ziet hij eruit? Dan krijg je een foto. En je kan op dit moment ook vragen: hoe ziet hij eruit? En ik wil graag een film. Ik wil in de tijd zien hoe een constructie zich ontwikkelt, of die degradeert, of die achteruitgaat. En dan kun je dus zeggen: ik wil op tijd gewaarschuwd worden, zodat ik nog vijf jaar de tijd heb om te plannen. Zodat we er dan iets aan kunnen gaan doen. Dat is mogelijk. We kunnen dat technisch. Zo denken we niet over betononderhoud, omdat er relatief weinig beton is dat kapot gaat. Want we praten hier alsof het een heel groot probleem is. Maar natuurlijk moet je aan 80, 90 procent van het beton niks doen en gaat er nooit wat aan kapot. Dus met het meeste beton hebben we nul problemen. Maar nou net die kleine beetjes waar we wel problemen mee hebben, die zijn wel serieus.
[19:34] De maatschappelijke impact van onderhoud
Roel van Gils: Daar moeten we echt wat mee doen en dat is natuurlijk ook essentieel voor de maatschappij. Zeker in de infrastructuur.
Anthony van den Hondel: Heel zeker. Het zal net de brug zijn die jouw bedrijf ontsluit. Als die dichtgaat, heb je echt een probleem voor je logistiek. We praten nu over infrastructuur omdat het heel duidelijk is. Maar hetzelfde geldt als jij eigenaar bent van een appartementencomplex. Je zit in een vereniging van eigenaars. Je bent er pas komen wonen, laten we zeggen op een kustplek, Zandvoort of Noordwijk, lekker aan zee. Die mooie zeelucht is ook wel heel erg slecht voor het beton. Dat zout dat in dat zeewater zit, komt uiteindelijk ook in je beton terecht. Spoel dan die film 30, 40 jaar vooruit. Al die betonnen complexen die er lang staan, al die flatgebouwen hebben dezelfde uitdaging, hetzelfde probleem, zonder aanvullende bescherming.
Anthony van den Hondel: Dan zit je daar in de VvE. Je hebt dat huis gekocht, je dacht: zag er mooi uit. En twee jaar later wordt er in de vergadering gezegd: “Jongens, er moet geld bij in de pot. We hebben onvoldoende middelen om ons onderhoud uit te voeren en er komt een dure reparatieronde aan.” Dat is heel concreet, dat komt heel dichtbij bij mensen. Maar iedereen heeft zo zijn uitdagingen. Ook degene die parkeergarages beheert. Die vraagt acht euro per uur en vervolgens zegt iemand: “We gaan hem even zes weken afsluiten. We gaan eens even goed onderhoud plegen.” Dan denkt die: ben je helemaal gek? Moet je eens kijken wat een inkomstenderving dat is.
Roel van Gils: Dus eigenlijk zeg je: je moet een potje reserveren voor het toekomstige onderhoud.
Anthony van den Hondel: Onderhoud ook, je moet geld reserveren. En je moet plannen. Dat geld reserveren is ook een goede. Stel nou dat we 100 miljard aan betonassets hebben. En je hebt dan 1 procent onderhoud per jaar, dat is een miljard. Heb je die nodig in het eerste jaar? Nee, helemaal niet. Dat komt pas in jaar [onverstaanbaar].
Roel van Gils: Maar dan heb je het wel opgebouwd.
Anthony van den Hondel: Dan loop je wel 45 miljard achter als je dan moet gaan beginnen met sparen. En 100 miljard klinkt wel heel erg veel. Maar we hebben een veelvoud aan honderden miljarden aan betonnen gebouwen en constructies staan in Nederland. Het is ons nationale bezit. Het is onze welvaart in stenen.
[21:51] Wanneer kathodische bescherming zinvol is
Roel van Gils: En als we dan even de link maken naar kathodische bescherming. Bij die voorbeelden die je net aangaf, aan de kust, in de infrastructuur.
Anthony van den Hondel: Zonder nu heel erg diep in de details te gaan, want ik snap dat niet iedereen dat even leuk vindt als ik, maar kijk: er zijn betonschades die eigenlijk wel meevallen. Daar zat het staal wat oppervlakkig. Dat is lokaal, dat is een plekje. Er zijn betonschades die niet zo heel erg meevallen, want eigenlijk zit het overal. En de oorzaak is dan bijvoorbeeld chloride. Er zijn eigenlijk maar twee echte oorzaken. Het zit oppervlakkig, zodat de verzuring uit de lucht dat staal bereikt en het gaat roesten. Of het is chloride. En het vervelende van chloride is: je ziet een schade zitten, die repareer je, maar daarnaast zit het ook.
Anthony van den Hondel: Wat er dan gebeurt, dat noemen ze patching of ompoling of het ringanode-effect. Je hebt er allemaal technische termen voor. Wat er dan gebeurt, is dat je, hoe goed je ook je best doet om die reparatie netjes te maken, drie tot vijf jaar later weer daar staat omdat hij er net naast kapot is gegaan. En dan neemt hij die oude reparatie mee.
Roel van Gils: Oké, dus dan wordt het probleem alleen maar groter.
Anthony van den Hondel: Ja. Als je dan weer teruggaat naar zo’n VvE. Jij zit in Zandvoort, jij zit in die VvE. Dan ga je twee dingen merken. De eerste keer repareren, de tweede keer… Dus daar zat acht jaar tussen. Toen was het nog maar zeven jaar. Toen nog maar vijf jaar. En nu ziet het er na drie jaar al niet meer mooi uit. En het tweede wat je merkt: toen was het zoveel euro.
Roel van Gils: Het wordt steeds…
Anthony van den Hondel: Maar het is niet alleen de inflatie. Het wordt ook echt erger.
Roel van Gils: Het probleem is groter.
Anthony van den Hondel: Het probleem is groter geworden. Dus het wordt steeds duurder, steeds sneller. Meestal is dat het moment dat mensen zeggen: “Wat wij aan het doen zijn, is dat nou wel effectief?” Het antwoord is nee. Je bent aan het oplappen. Je moet echt dat corrosieproces stoppen. Je kan zeggen: vervang alles en zaag de balkons eraf. We willen nieuwe balkons. Dat kan ook gebeuren. Daar is best iets voor te zeggen. Mooie nieuwe balkons. Maar je kan ze ook opknappen. Dan moet je wel zorgen dat die corrosie stopt. Anders sta je er over vijf jaar weer. En dat is een beetje de wereld waar kathodische bescherming zijn plekje in heeft gevonden.
Anthony van den Hondel: Kathodische bescherming heeft eigenlijk alleen maar zin als het aan de kust is, of er auto’s overheen rijden met strooizouten, of het is een zwembad, of het is industrie. Grappig genoeg is dat heel Nederland. Niet helemaal toevallig. Nederland loopt echt wel voorop met kathodische bescherming, samen met bijvoorbeeld Scandinavië. Engeland doet ook heel erg goed mee. Het eerste idee komt uit de jaren zeventig uit Amerika. Maar je hebt echt van die landen die dat heel erg hebben omarmd omdat het een probleem oploste dat ze heel concreet hadden. Gewoon een kustland.
Roel van Gils: Yes.
Anthony van den Hondel: We hebben helaas ook best wel winter, dus je moet flink strooien. Het komt zomaar voor dat we 100 miljoen [onverstaanbaar] strooizout over de wegen heen gooien. Dat zout komt overal, ook op ons beton terecht, met alle gevolgen van dien.
[24:56] Vergrijzing en verlies van vakkennis
Roel van Gils: Mooie voorbeelden. Je haalde net ook al even het kennisprobleem aan. Dus het grootste probleem is niet alleen geld, maar ook kennis, vergrijzing en noem maar op. Wat zien jullie aan de onderhoudskant van de markt?
Anthony van den Hondel: Partijen hebben natuurlijk problemen om aan nieuwe mensen te komen en om de kennis op niveau te houden. Wat je ziet, is dat we in de jaren tachtig een enorme voorsprong hebben opgebouwd, wereldwijd. In Nederland liepen we voorop in betononderhoud en in hoe we dachten over betononderhoud. Daar profiteren we nog steeds van.
Roel van Gils: Ook vanwege onze geografische ligging?
Anthony van den Hondel: Ik heb geen flauw idee. Maar mijn gevoel is dat er toen ook vanuit de opleidingsinstituten, de universiteiten, zwaar geïnvesteerd werd in theoretisch onderzoek naar de schademechanismen. Wat gaat er nou mis in dat beton? En nadenken over: hoe gaan we dat dan oplossen? Daar hebben we echt een enorme slag in gemaakt. We hebben echt vooropgelopen in de wereld. Heel veel internationale normen die tien, twintig jaar later uitkwamen, hebben heel dankbaar geleend van de door ons ontwikkelde kennis. Maar we zijn een beetje stil blijven staan. Dus het verhaal dat je bij wijze van spreken in de jaren tachtig en negentig leerde, is nog steeds hetzelfde verhaal. Dat is op zich niet erg, want die kennis is niet veranderd. Maar de mensen die toentertijd die kennis hebben ontwikkeld en omarmd en in de markt hebben gezet, zijn ondertussen allemaal grijs, pensioengerechtigd en die stromen uit.
Anthony van den Hondel: Dus ik kijk weleens om me heen en denk: over tien jaar zijn al die oude getrouwen weg. En dan kijk ik aan de andere kant en denk ik: wie stroomt er nu de markt in? En dat valt tegen. Dat heeft er gewoon mee te maken: onderhoud is niet sexy. Nieuwbouw is al een probleem, maar bij nieuwbouw kan je in ieder geval nog een lintje doorknippen. We hebben een nieuw zwembad, we hebben een nieuw gemeentehuis. Dan zien mensen: het is nieuw. Als mensen bij jou thuis komen en je zegt: “Kijk, mijn nieuwe keuken”, dan ziet dat er goed uit. En je zegt: “Ik heb onder de vloer een Kwaaitaalvloer met heel veel betonschade, maar die hebben we goed gerepareerd.” Allemaal mooi, maar er is niemand die dat ziet.
Roel van Gils: Nee, niet tastbaar.
Anthony van den Hondel: Je bent geld kwijt, maar je ziet er niks van. Je was liever op vakantie gegaan. Dat is een beetje bij onderhoud ook. Het is niet zo aanlokkelijk van zichzelf. En dan zeg je tegen de nieuwe generatie: het is soms zwaar werk. Je moet wel om half acht op de bouwplaats zijn. En als het regent of koud is, sta je er ook. Dan denken mensen: dat kan ik gaan doen, maar ze hebben ook mensen nodig in een heel ander gebied. En dan zit ik achter een bureau. Ik kan gewoon om half negen beginnen, ik kan ook halve dagen werken. Dat is dus een beetje het probleem. Er is op dit moment schaarste. Die is er gewoon. En de wat zwaarder geachte beroepen – ze zijn ook echt wel soms fysiek zwaar – en de wat moeilijkere onderwerpen, en dit zijn technische onderwerpen, vinden mensen soms wat minder aantrekkelijk. Die hebben het moeilijk om aan nieuwe mensen te komen.
Anthony van den Hondel: Dan krijg je dus vanzelf een beetje een brain drain. Alles wat vertrekt, wordt niet gelijkwaardig opgevuld. Iemand met 40 jaar ervaring stroomt eruit en iemand komt er misschien in met nul ervaring. Die moet het nog leren, logisch. We proberen heel erg met elkaar die markt aantrekkelijker te maken, maar het is wel vechten tegen de stroom in op dit moment. Iedereen heeft het moeilijk.
[28:11] Specialistische kennis en kwaliteitsborging
Roel van Gils: En als die kennis verdwijnt, wie bewaakt dan nog het totaalbeeld, het totale plaatje?
Anthony van den Hondel: Dat is natuurlijk ook nog een dingetje. Het probleem is dat we een bepaalde mate van kwaliteitsborging nodig hebben, een bepaalde mate van toetsing. Doen we dit nou nog steeds goed? Is dit wel verstandig, ja of nee? En dat komt bij een steeds kleiner groepje mensen te liggen. Op zich is dat niet erg, want we hebben elkaar nog, we zijn er nog. Er is nog steeds een markt. We praten zomaar over een paar honderd partijen in Nederland die heel actief zijn met nagenoeg alleen maar betononderhoud. Dus er zijn echt wel heel veel partijen die nog steeds kennis bij zich dragen. Maar de vraag neemt toe en het aantal mensen dat weet wat er moet gebeuren, neemt af.
Roel van Gils: Moet je voor ieder type constructie ook specialistische kennis hebben?
Anthony van den Hondel: Je ziet wel dat er verschillende soorten specialisten zijn. Je noemde net al de constructeur. Er zijn mensen die heel goed kunnen rekenen aan een constructie: hoe sterk is die dan? Je hebt ook specialisten die heel goed zijn in die schademechanismen. Daar kom ik zelf ook vandaan. Die kunnen goed de schadeassessment doen. Maar je hebt ook experts nodig die bijvoorbeeld heel erg veel weten van de materialen die je gebruikt. De reparatiemortels zijn zo ver ontwikkeld en zulke goede materialen tegenwoordig dat we het nog redelijk allemaal kunnen redden met elkaar. Maar dat soort specialisten heb je ook nodig.
Anthony van den Hondel: Er zijn specialisten bijgekomen waarvan ik vroeger dacht: die bestaan niet. Bijvoorbeeld: nu ga je iets doen en het heeft impact op de gebruikers. Dan krijg je een omgevingsmanager. Die hoeft daar de omgeving te managen. Tjongejonge. Maar dat wordt steeds belangrijker, want Nederland is zo overvol geworden. Als jij een parkeergarage afsluit, heeft dat gevolgen voor de hele binnenstad. Hoe gaan we daarmee om? Hoe gaan we dat communiceren? Je krijgt inderdaad veiligheidsissues. Logisch dat die er zijn en dat we daar aandacht voor hebben. Maar tegenwoordig gaan we natuurlijk ook kijken: wat is nou de impact van wat we doen op CO₂, stikstof, oppervlaktewater? “Dat doen we altijd zo.” Dat willen we nu niet meer. Het moet anders.
Anthony van den Hondel: Een heel simpel en heel gek voorbeeld: vroeger kon je nog best wel ruimte krijgen om je werk te doen. Als we weer even bij infra kijken, bijvoorbeeld een buitendienststelling van het spoor. Dat betekent dat je ’s nachts van één tot drie je werk moet doen. Wat is dat nou voor werkdag? We hebben een locatie, we hebben een uurtje werk. Echt één uurtje werk. Maar het is een wat lastige locatie waar de verkeersmaatregelen wat moeilijk zijn. Weekend, in de nacht. Maar dat baanvak is niet uitverlicht, dus er moet wel extra verlichting worden bijgezet zodat het veilig blijft. Dan praat je over 10.000 euro aan maatregelen om één iemand één uurtje iets te laten doen. Dat is echt een heel voorbeeld. Dan ga je toch nadenken: hoe ontspoort dit een klein beetje in onbeheersbaar? Ook onbeheersbaar in kosten, wat we dan nog moeten doen. En ik ben het er wel mee eens, want veiligheid staat natuurlijk niet ter discussie. Maar dan lopen we wel tegen zaken aan dat we zeggen: misschien moeten we dan alles maar concentreren. Een baanvak, een stukje van de Rijksweg, gewoon drie weken afsluiten. En in die drie weken moet alles dan maar gebeuren. Want anders is het gewoon niet meer te doen.
Anthony van den Hondel: Dat zijn allemaal dingen die veranderen. En dat maakt dus ook dat de beperkte capaciteit die we hebben niet optimaal benut kan worden. Het maakt je minder efficiënt. Als je twee uurtjes werkt in de nacht, kost je dat bij wijze van spreken twee dagen. Want de volgende dag lig je op je bed uit te slapen. Je zou die capaciteit kunnen gebruiken, terwijl het eigenlijk twee dagen kost. Dat soort dingen werkt elkaar heel erg tegen.
[32:09] AI als ondersteuning
Roel van Gils: We hebben het nu vooral over de uitvoerende kant en natuurlijk de voorbereiding bij de opdrachtgevers. Zie je AI als een kans daarin?
Anthony van den Hondel: Ja, volmondig.
Roel van Gils: Oké, kun je dat toelichten?
Anthony van den Hondel: Ik denk dat AI ons heel erg gaat helpen als maatschappij, heel breed. Ik ben helemaal niet bang voor AI. “AI gaat onze baantjes afnemen.” Gaat helemaal niet gebeuren. Het gaat ons helpen om de dingen te doen die we moeten doen. Ik zit vooral aan de kenniskant. Ik ga heel veel merken van AI, want ik doe heel erg veel dingen achter mijn bureau met tekst, met getalletjes, met tekeningen op een computer. Daar kan AI heel erg bij helpen.
Anthony van den Hondel: Wat een beetje een probleem wordt, is dat de handen die het werk maken, die zijn toch eigenlijk het belangrijkste, die gaan niet heel erg veel hulp krijgen van AI. Ik denk dat het nog vrij lang duurt voor we een robot hebben die kan helpen bij een stukje werk, een stukje betonreparatie of asfalteren. Ze kunnen wel helpen in het proces eromheen. Dus het vastleggen en documenteren, wat ook voor heel veel mensen natuurlijk geen hobby is. Maar tegenwoordig is het bijna een papieren tijger geworden. Als je buiten iets moet doen, voor die ene schroef die je ergens in moet zetten, moet je ook nog zes formulieren invullen. Daar gaat AI natuurlijk wel enorm bij helpen. Want dat wordt echt een fluitje van een cent, omdat het proces heel erg afgebakend wordt en techniek je dan kan ondersteunen.
Anthony van den Hondel: Maar ook aan de ingenieurskant, dus de adviesbureaus en de kennisintensieve dingen, bij het maken van plannen, het beoordelen van plannen, het maken van planningen, het in de gaten houden of dingen geen kruisconsequenties hebben die we niet hadden overzien. Dus ik verwacht heel veel van AI. Maar één ding gaat het niet oplossen: we hebben mensen buiten nodig die dan ook daadwerkelijk dat onderhoud uitvoeren. En daar zie ik natuurlijk ook wel een probleem. Het is niet mijn probleem omdat ik geen contractor ben.
Roel van Gils: Indirect wel.
Anthony van den Hondel: Maar wel realistisch. We hebben daar een enorme behoefte. En waar is dan dat leger van mensen, mannen en vrouwen, die buiten zeggen: “Ik heb eer in mijn werk. Ik ga zorgen dat dit stuk Rijksweg weer netjes is, veilig is en er dan weer 30 jaar tegenaan kan.”
Roel van Gils: Doe eens een oproep.
Anthony van den Hondel: Een oproep bij deze: maak die markt gewoon aantrekkelijk.
Roel van Gils: Maar wat is daar dan voor nodig?
Anthony van den Hondel: Deels zijn dat toch arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Door bijvoorbeeld ook degenen die het uitvoeren meer te bieden. Dat leidt ongetwijfeld tot een kleine groei aan kosten. Dus dat zullen de beheerders natuurlijk ook wel gaan merken. Hetzelfde werk wordt dan wel duurder, anders krijgen we gewoon de mensen niet meer gemotiveerd om het te doen.
[34:55] AI inzetten om onderhoud te prioriteren
Roel van Gils: Nog even terug naar AI. Kan het ook helpen bij het prioriteren van objecten? Want dat is nu ook een uitdaging.
Anthony van den Hondel: Ja. Er loopt nu bij TNO een programma over de infra, maar we gaan het waarschijnlijk ook wel zien uitbreiden naar woningbouw, want die hebben dezelfde uitdagingen, dezelfde problemen. Je hebt honderd flats. Met welke flat begin je dan? Welke is nu het belangrijkste? Je hebt honderd kunstwerken en er valt van één kunstwerk een stukje beton op de Rijksweg. En nu? Paniek. Misschien is er nog een ander kunstwerk dat nog erger is. Hoe ga je dan kiezen? Er loopt nu bij TNO een programma om een tool te ontwikkelen, en dat heeft ook te maken met beoordeling, met databases en een stukje AI en verwerking, om te kijken: kunnen we nu, als je naar zo’n areaal kijkt, makkelijk aangeven: dit zijn de pijnpunten waar je op moet letten? Want dan maak je het voor die mens, die persoon, makkelijker. Dit zijn de vijf dossiers waar je eerst naar moet kijken. Dus het is niet: ik heb er honderd. Nee, dit zijn er vijf. Dat maakt al een factor twintig uit natuurlijk. En natuurlijk kan AI daar een fout in maken, maar één ding weten we zeker: [onverstaanbaar].
Anthony van den Hondel: Dus ik verwacht daar van AI heel veel van. Er zijn nog een paar andere dingen die we met AI gaan zien. Waarom zou ik in een hoogwerker gaan kijken hoe het eruitziet? Ik stuur een drone omhoog. Die maakt een filmpje. Een drone maakt heel mooie filmpjes. Maar dat is dan ook beeldmateriaal. Kan een AI dat beeld niet verwerken? En dan aangeven: hier zitten de probleemgebieden. Hier moet je naar kijken. Ik geloof niet dat we daarmee de mensen overbodig maken.
Anthony van den Hondel: Wat ik altijd voor ogen heb, is toen AI net begon in het analyseren van röntgenfoto’s. Toen waren de AI’s niet zo goed als de radioloog. De AI’s zaten net onder de 90 procent en de radiologen zaten er net boven. Dus dat is ongeveer, even uit mijn hoofd, kan mis zijn, 87 om 93. Maar de radioloog gestuurd door AI, of de radioloog met AI, ging van zijn 93 naar 97 procent. Wat mis je? Wat zie je? Wat zijn de valse positieven? De radioloog kon zijn werk beter doen.
Anthony van den Hondel: En dat zie ik dus ook in beton. Het is niet zo dat we dadelijk tegen AI zeggen: “Kijk jij eens naar het gebouw, wat vind je ervan?” Maar AI in handen van die inspecteur, die adviseur die dan wordt gevraagd: “Wat is nou de conditie van mijn gebouw?” Die zegt: “Ik heb ernaar gekeken en ik heb dat met wat tools gedaan. En dat is niet alleen een fototoestel, maar ook een stukje AI. En we vinden er dit van.” Daar geloof ik heel erg sterk in. Ik zie dat ook in mijn dagelijkse praktijk. Die tools worden steeds handiger en beter. En niet om het los te laten van: ik doe er niks meer aan. Als ik iets maak, staat mijn handtekening eronder. Mijn naam staat eronder. Dan kan ik niet zeggen: “Ja, dat was Claude of dat was ChatGPT.” Daar heeft niemand een boodschap aan. Ik ben verantwoordelijk. Dus dat betekent: ik ben altijd degene die het eindproduct maakt en bekijkt. Maar in dat hele proces van verwerking…
Roel van Gils: Kan het veel verlichting bieden?
Anthony van den Hondel: Ja. Ik zei in het vorige gesprek dat we hadden dat ik zo blij ben met de autocorrect in Word. Ik ben als een kind zo blij geweest dat er rode wiebeltjes onder woorden kwamen waar een tikfout in zat. Ik heb altijd wat moeite gehad met spelling. Dus dan zit je te tikken, zit er af en toe iets raars in, en ik werd erop attent gemaakt: kijk nog eens naar dat woord, daar klopt iets niet. Dat vond ik heel erg fijn. En ik zie dat met AI nu ook. AI zegt dan misschien: “Je hebt hier een conclusie geschreven in je rapport, maar dat komt uit de lucht vallen.” Ja, daar heb je wel gelijk in. Dan moet ik in hoofdstuk drie daar wel iets over zeggen, anders slaat die conclusie nergens op. AI verzint het nog niet. Nee, dat hoeft ook helemaal niet. En misschien kan dat net, maar het is wel een wonderlijk goed hulpmiddel waarvan ik heel veel verwacht.
Anthony van den Hondel: Maar er zitten wel grenzen aan. Er is zoveel dat je kan doen op een dag en met AI wordt dat meer en meer en meer. En dan loop je tegen de grens aan van: nu houdt het op. Meer kan ik als persoon niet aan. Dan kom je toch weer terug op capaciteit. En de [onverstaanbaar] capaciteit.
[39:17] Onderhoud als kans in plaats van last
Roel van Gils: Toch weer. Nou, een heleboel facetten hebben we doorlopen. Ik denk dat, als we alles samenvatten, we eigenlijk drie problemen hebben. We hebben infrastructuur, de gebouwde omgeving die ouder wordt, gebreken vertoont. We hebben minder mensen met technische kennis. Tenminste, die vloeit uit. We hebben organisaties waarin verantwoordelijkheden steeds complexer verdeeld zijn. Ook weer kennisverarming, noem maar op. Maar tegelijkertijd hebben we miljarden aan toekomstig onderhoudswerk voor ons liggen. Als jij morgen één ding zou mogen veranderen aan hoe Nederland met onderhoud omgaat, wat zou dat dan zijn?
Anthony van den Hondel: Dat is een hele mooie vraag. Dat is inderdaad waar we ons voor gesteld zien. In mijn ideale wereld zouden we onderhoud niet zien als een last, als een probleem, maar als een kans. Ik geloof dat we enorm bevoorrecht zijn in Nederland, want we hebben echt een heel mooi land met een hele goede infrastructuur, met mooie gebouwen. We kunnen wonen. We zouden meer woningen willen hebben, oké. Maar wat er staat, is echt iets in Nederland wat je niet zo één, twee, drie op een andere plek op deze planeet vindt. Enorm onder druk en in principe is het niet houdbaar, maar dankzij onderhoud wel.
Anthony van den Hondel: Als dat het gevoel zou zijn in de maatschappij, zou ik heel graag willen veranderen: dankzij onderhoud kunnen wij zo blijven leven. Dankzij onderhoud heeft ook die volgende generatie nog die bevoorrechte positie, dat je gewoon in een mooi land loopt waar alles lekker loopt en waar we alles hebben wat we nodig hebben. Als dat zou veranderen, dan wordt onderhoud niet gezien als een soort noodzakelijk kwaad, maar als de kans om dit in stand te houden.
Roel van Gils: In stand te houden.
Anthony van den Hondel: Als die visie zou veranderen van probleem naar: dit is de oplossing voor onze toekomst, dan zouden we heel wat minder discussies hebben en dan zouden de beslissingen wat makkelijker worden genomen. En dan komt er ook meer tot stand.
Roel van Gils: Want nu is het vooral: het gaat al jaren goed, dus het zal de komende jaren ook nog wel goed gaan.
Anthony van den Hondel: Ja. En het wordt toch wel heel erg gezien als vervelend, als verstorend van het proces. “Daar hebben we geen budget voor, daar moet ik weer moeite voor gaan doen.” We gaan over tien of twintig of dertig jaar nog steeds alles kunnen doen wat we nu doen. En als we dat niet hadden gehad, dan was het heel simpel. Dan moeten we alles wat we in de afgelopen 50 jaar hebben gebouwd nog een keer doen. Nou, succes. Want we hebben de mensen niet, de materialen niet en het geld niet.
Roel van Gils: Want uiteindelijk is onderhoud dan misschien wel het meest succesvol wanneer niemand merkt, of bijna niemand merkt, dat het gebeurt.
Anthony van den Hondel: Ja. In de ideale wereld passen we natuurlijk alles zo in dat het gebeurt. Onderhoud is vervelend, want ik heb er last van. Dan moet je ook gaan nadenken: als we dit nu doen, dan moet het ook goed zijn. Want dan vallen we je voorlopig twintig jaar niet meer lastig. En dat kunnen we tegenwoordig ook. We kunnen echt maatregelen uitvoeren en dan zeggen we: nu ben je er weer twintig jaar vanaf. Dat is ook wel iets wat in de perceptie moet veranderen. Maar mijn grootste wens zou zijn, niet dat we ineens onbeperkt budget hebben, want dat is onmogelijk. Keuzes moet je maken. Maar mijn grootste wens zou zijn dat onze kijk op onderhoud verandert. Van: het is vervelend, naar: het is juist een kans. Want hierdoor kunnen we het toch voor elkaar krijgen.
Roel van Gils: Dank je wel, Anthony, voor deze inzichten.
Anthony van den Hondel: Jij ook bedankt.
Roel van Gils: En mooie voorbeelden. En luisteraars, dank voor het luisteren.

Gerelateerde podcasts

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Send us a message

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten