Het was eerst bedoeld als tijdelijke fietsbrug vanwege werkzaamheden aan de A44. In Abbenes koos de gemeente Haarlemmermeer echter voor een permanente oplossing met een gebruikte stalen brug uit de Nationale Bruggenbank. Zo kreeg een voormalige havenbrug uit Vlissingen opnieuw toekomst. Voor Vic Obdam Staalbouw werd het een opdracht waarin maatvoering, vakmanschap en samenwerking belangrijker waren dan routine.
De basis lag er al, toen Vic Obdam Staalbouw instapte. Het ontwerp was uitgewerkt in een RAW-bestek, met Dura Vermeer als hoofdaannemer en Haskoning, ipv Delft en de gemeente Haarlemmermeer als betrokken partijen. Toch noemt Jan Smit van Vic Obdam het project een voorbeeld van circulair bruggen bouwen. “Dat begon met de mensen binnen de gemeente die hun nek durfden uit te steken”, zegt hij. “Er moest tijdelijk iets komen, maar zij vroegen zich af: kunnen we hier niet meteen een permanente brug van maken met wat er al beschikbaar is?”

Een geschikt exemplaar werd gevonden in de Nationale Bruggenbank. Deze deed oorspronkelijk dienst als noodbrug voor zwaar verkeer in Bovensmilde, later als tijdelijke verkeersbrug op Ameland en vervolgens als laad- en losbrug in Vlissingen. In Abbenes begint nu het volgende leven: als fietsbrug over de Hoofdvaart. Dat hergebruik levert 58 ton CO2-besparing op ten opzichte van nieuwbouw. Ook bouwtijd en kosten pakken gunstiger uit.

Voor Vic Obdam begon het werk met goed inmeten. Daartoe werd de brug volledig ingescand. “We hebben een pointcloud gemaakt”, vertelt Smit. “Toen zagen we al dat hij langer was dan in het ontwerp stond. Ook bleek dat het oorspronkelijke deel een kleine toog had, terwijl het verlengde stuk recht was.” Voor afwatering, opleggingen en zichtlijnen moest dat worden meegewogen. Bovendien bleek één uiteinde van het vakwerk licht getordeerd. “Op het oog zie je dat bijna niet, maar bij de leuning krijg je een lange zichtlijn. Samen met de ontwerpende partij hebben we besloten de leuning recht te laten lopen.”
Technisch zat de ingreep vooral in de ‘afslanking’ van de brug. De bestaande boven- en onderregels in kokerprofiel werden verwijderd. Een schoor werd uitgenomen en opnieuw geplaatst om het vakwerk één rustige zichtlijn te geven. Om de constructieve werking te herstellen, zijn over de lengte nieuwe platen ingelast: aan de bovenzijde aan beide zijden van de liggers, aan de onderzijde aan de buitenzijde. “Die platen zijn volledig afgelast”, aldus Smit. “Je sluit zo’n profiel af, dus dat moet waterdicht zijn. Daarna is het geheel opnieuw geconserveerd.”

Circulair bleef daarbij niet beperkt tot het hoofdobject. De verwijderde kokerregels keerden terug in de nieuwe aanbruggen en V-vormige ondersteuningskolommen. Ook de landhoofden kregen een circulaire component met hergebruikt betonmateriaal. De stalen hoofdbrug, circa 28 meter lang en ongeveer 60 ton zwaar, werd in RAL 6011 groen geconserveerd met een drielaags natlaksysteem. De brug ligt op V-kolommen en op opleggingen bij de aanbruggen. Tussen het staal en beton zijn oplegblokken toegepast: rubberblokken met staalplaten die vervormingen opnemen.

Voor een erkend leerbedrijf is zo’n project extra waardevol. Juist de afwijkingen maken hergebruik leerzaam, vindt Smit. “Bij nieuwbouw komt veel uit het 3D-model: boren, zagen, nummeren, alles is voorbereid. Hier moet je veel meer met de hand uitmeten en beoordelen. Wat treffen we aan? Zijn de lassen goed? Heeft een knik constructieve gevolgen? Dat is vakmanschap zoals het vroeger ging. Voor leerlingen in de werkplaats bleek de brug daarom waardevol: circulair bouwen vraagt om ogen, handen en ervaring.” Daarnaast laat dit brugproject zien dat hergebruik pas werkt als opdrachtgever, ontwerper, constructeur en uitvoerders risico’s durven delen en snel schakelen. “Soms ligt zo’n brug in de werkplaats en zie je iets dat niet precies past bij het ontwerp”, zegt Smit. “Dan heb je direct antwoord nodig. In dit project pakte iedereen daarin zijn rol.”